Het Nieuwe Evangelie, Boek 1: Het besluit te zijn.


Door Jezus Christus

(Nederlandse vertaling van: The New Gospel, Book1: The choice to be)

 
 
1. Het verlangen

 
1. Ik ben Jezus Christus,
en ik ben gekomen om je vrij te maken.
 
2. Ik wou dat jij door ijzeren boeien gebonden was.
De boeien zouden je lichaam ontluisteren,
en zodoende zou je beseffen
dat je gevangen zit.
Als je weet dat je gevangen zit,
hunker je naar vrijheid.
Het hunkeren leidt tot het vaste besluit
naar vrijheid te streven.
 
3. Helaas ben je gebonden
door boeien van de geest.
Je zit gevangen binnen onzichtbare muren
van verkeerde ideeën en onjuiste opvattingen.
Je zit vast in een bewustzijnstaat
overheerst door dualiteit en relativiteit.
 
4. Omdat je niet beseft
dat je gevangen zit,
hunker je zelfs niet naar ware vrijheid.
Waar geen hunkering is,
is geen aandrang
om naar vrijheid te streven.
 
5. Wanneer je diep in je hart wilt gaan,
zul je beseffen dat
onder je bewuste gewaarwording
je ziel een innerlijke hunkering heeft.
Je God ontwierp je ziel
zodat zij zich nooit volledig
met deze stoffelijke wereld tevreden zou stellen.
Achter al je uiterlijke wensen en verlangens,
is er een verlangen naar iets meer
dan wat dit heelal je bieden kan.
 
6. Je kunt deze hunkering bedekken
met lagen van verlangens
naar de dingen van deze wereld.
Je kunt jezelf zo bezig doen zijn
met de dingen van deze wereld
dat je je echte verlangen vergeet.
Je kunt echter niet voor altijd
de innerlijke stem het zwijgen opleggen.
Sta jezelf toe je innerlijke verlangen te voelen.
Het is de sleutel tot je bevrijding en innerlijke vrede.
 
7. Ik ben Jezus Christus.
Ik ben een geestelijk leraar.
Ik ben door God aangesteld om alle mensen thuis te roepen
naar het koninkrijk van onze Vader.
Je innerlijke verlangen is een verlangen naar dat koninkrijk.
Zo lang je dit innerlijke verlangen ontkent of negeert,
kan ik je niet leren.
Ik kan je niet leiden naar datgene
waarnaar je geen bewust verlangen hebt.
 
8. Het moment dat je bewust erkent
dat je een innerlijk verlangen in je ziel hebt,
op dat moment kan ik in je leven komen
en beginnen met je te werken.
Ik kan beginnen met je de weg te laten zien
die naar het koninkrijk van onze Vader leidt,
het innerlijke koninkrijk van innerlijke vrede.
 

2. Gods liefde

 
1. Ik ben Jezus Christus,
en ik ben gekomen om je de weg naar huis te wijzen.
Het maakt voor mij geen verschil wie je bent.
Het maakt voor mij geen verschil wat je gedaan hebt.
Het maakt voor mij geen verschil wat je niet gedaan hebt.
Het maakt voor mij geen verschil wat je gelooft.
Het maakt voor mij geen verschil wat je niet gelooft.
Het maakt voor mij geen verschil wat je denkt wie je bent,
want ik weet wie je werkelijk bent.
Je bent mijn broeder of zuster.
en ik ben hier om je naar huis te brengen.
 
2. Ik ben hier om je te laten zien
dat onze God een God van liefde is.
God houdt van je met een liefde die onvoorwaardelijk is.
Ongeacht wat je gedaan hebt of juist niet gedaan hebt,
je hebt de liefde van God niet verloren.
 
3. Je denkt dat je Gods liefde kwijt bent geraakt.
Je voelt je onwaardig om Gods liefde te ontvangen.
Maar het enige dat je ervan weerhoudt
Gods liefde te ervaren
is dat je een uiterlijk excuus gebruikt hebt
om de innerlijke deur naar je Vaders liefde te sluiten.
 
4. Ik ben hier om je te helpen
de deur te openen,
de deur in je hart waardoor je
je Vaders liefde kunt ontvangen.
 
5. Ik ben hier om je te helpen openstaan
voor de waarheid van je Vader,
de Levende Waarheid
van het Levende Woord dat ik ben.
Ik ben de open deur die geen mens kan sluiten;
ik ben de stem van de levende waarheid
die niet altijd verzwegen of genegeerd kan worden.
 
6. Ik kom je geen vrede brengen;
ik kom een zwaard brengen.
Het is een zwaard van waarheid
dat in je bewustzijn en je wereld
het ware van het onware zal scheiden.
Ik kom je gevoel verstoren dat alles oké is
en je laten beseffen dat je in een geestelijke gevangenis
met onzichtbare muren bent opgesloten.
 
7. Ik kom je verontrusten,
zodat je erkennen zult
dat je inderdaad gered moet worden;
en dat om gered te worden
je hogerop in bewustzijn
moet komen.
 
8. Je zult de moeite moeten doen
jezelf uit de geestelijke gevangenis
van relativiteit en dualiteit te halen.
Je zult van de weg moeten afgaan
die een mens goed toe lijkt,
maar waarvan het eind
de dood is.
 
9. Je zult de ware weg moeten ontdekken,
de gulden middenweg,
van het Christusbewustzijn
dat Ik ben.
 
10. Ik ben Jezus Christus,
en ik ben hier om de mijnen te roepen.
Wie zijn de mijnen?
Wie zijn mijn echte broeders en zusters?
Het zijn zij die het aandurven mij te volgen;
zij die besluit genomen hebben mij te volgen.
Niemand wordt geweerd van het volgen van de weg,
behalve hen die zichzelf
door hun eigen keus uitsluiten.
 
11. Ik kan de keus voor jou niet maken,
Ik kan je enkel de weg laten zien
en dan op je beslissing  wachten.
Kom, laat mij je de weg laten zien.
 
 
3. Groei

 
1. Ongeacht wie je bent;
ongeacht wat je denkt wie je bent,
je moet groeien.
Om het even wie je bent;
om het even wat je denkt wie je bent,
je kúnt groeien.
 
2. Erken twee van de dodelijkste leugens.
De één is dat je niet kunt veranderen.
De andere is dat je niet hoeft te veranderen.
Voortdurende verandering, voortdurende groei,
voortdurende zelf-transcendentie is een wet van God.
 
3. God is de schepper,
en God houdt nooit op met scheppen.
Scheppen is zelf-transcendentie.
Daarom overstijgt God zich voortdurend.
Jij moet ook bereid zijn om jezelf te overstijgen.
 
4. Wees niet tevreden met wie je bent.
Wees niet tevreden met het accepteren van de leugen
dat je niet kunt veranderen
of dat je niet hoeft te veranderen.
Groei is een van de meest fundamentele wetten van het heelal.
De andere fundamentele wet is de wet van vrije wil.
 
5. God gaf je vrije wil,
en niemand in de hemel
zal ooit inbreuk op je vrije wil maken.
God wil dat je groeit
om alles te worden wat je bent.
Maar God wil dat je groeit
op grond van je eigen vrije keus.
God wil dat je thuis komt in zijn koninkrijk.
Maar God wil dat je thuis komt
op grond van de keus van je vrije wil.
 
6. Je kunt besluiten de leugen te accepteren
dat je niet kunt groeien of niet hoeft te groeien.
Maar als je die keus maakt
kan ik niets voor je doen.
 
7. Ik ben Jezus Christus.
De Vader heeft mij als Redder aangesteld.
Door de wet van vrije wil,
kan ik niet diegenen redden
die niet gered willen worden.
Ik kan niet diegenen helpen
die in de leugens willen geloven die groei ontkennen.
 
8. Op het moment dat jij het besluit neemt
dat je wilt groeien
en de mogelijkheid van jouw groei accepteert,
op dát moment kan ik met je werken.
Vanaf dat moment zal ik je de weg laten zien.
 
9. Vraag en je zult ontvangen.
Zoek en je zult vinden.
Klop en de deur zal worden open gedaan.
God heeft je niet veronachtzaamd.
God heeft je niet aan je lot overgelaten.
Jij hebt God genegeerd.
Jij hebt God verlaten,
omdat jij ervoor koos
de deur van je hart te sluiten,
de deur die naar je Vaders koninkrijk leidt.
 
10. Ik ben Jezus Christus,
en ik ben hier om je de weg naar huis te wijzen.
Jij hebt de deur voor mij dichtgedaan.
Ik sta aan de andere kant van die deur.
Je hoeft alleen maar te kloppen en ik zal de deur voor je open doen.
Ik kan de deur niet openen
voordat jij de keus maakt om aan te kloppen.
 
11. Ik ben Jezus,
en ik wacht op jouw besluit;
Ik wacht totdat je roept.
 
 
4. De zoektocht

 
1. Je hebt aangeklopt,
en ik zal je gaan antwoorden.
Wat is onze taak;
wat zoeken wij te doen?
Onze taak is jou te transformeren
zodat jij door de enge poort kunt gaan
die naar het Koninkrijk van onze Vader leidt.
 
2. Die transformatie
is een verandering in bewustzijn.
wij moeten jou
uit je huidig bewustzijnsniveau optillen,
een staat van bewustzijn
beheerst door relativiteit en dualiteit,
naar een bewustzijnstaat
waarin je ziet, dat achter alle uiterlijke manifestaties
de ene werkelijkheid van de ene God is.
 
3. Vanuit jouw gezichtspunt bezien,
lijkt deze taak complex en overweldigend.
Vanuit mijn gezichtspunt
is deze taak eenvoudig.
Ik weet dat het karwei uitvoerbaar is,
zolang jij bereid bent
boven je huidig bewustzijnsniveau
uit te reiken.
 
4. De opdracht is eenvoudig
omdat ik het zaad van mijn Levend Woord,
het zaad van mijn Levende Waarheid
al diep in je ziel geplant heb.
 
5. Wanneer jij de keus wilt maken
dat zaad te verzorgen,
zal het gaan groeien.
Geleidelijk,
in minder tijd dan je denkt,
zal dat zaad zich ontwikkelen
en de vrucht van kennis dragen,
de vrucht van ware kennis
van wie je bent.
 
6. Ik ben hier niet om jou te maken
tot iets of iemand die je niet bent.
Ik ben hier om je te helpen
herinneren wie je al bent.
 
7. Ik ben Jezus Christus,
en ik weet wie ik ben.
Ik weet ook wie jij bent.
Wanneer je het mij toestaat
zal ik je tot een bewustzijnsniveau brengen
waar jij ook weet wie je bent.
 
8. Wanneer je je Zelf kent,
weet je alles.
Laat mij je het Zelf tonen
dat alles in alles is.
 
 
5. Schepping

 
1. In het begin was God,
en God was zonder vorm.
Toen, uit het vormloze,
schiep de Vormloze licht.
 
2. Licht is de basissubstantie
dat tot elke denkbare vorm
gemaakt kan worden.
Het is de kosmische klei
die de meesterbeeldhouwer gebruikte
om werelden binnen werelden te scheppen.
 
3. Licht is gemaakt van Gods wezen.
Licht is daarom niet van God gescheiden.
Licht verschilt niet van God.
Licht is een manifestatie van God.
 
4. God gebruikte de kracht van het woord
om het licht tot vorm te gieten.
Het woord is een uitdrukking van Gods wezen.
Wanneer het woord daarom licht tot vorm giet
is die vorm niet van God afgescheiden.
Die vorm verschilt niet van God.
Die vorm is een manifestatie van God.
Zonder God is er niets gemaakt wat er gemaakt is.
 
5. Je leeft in een wereld waarin alles vorm heeft.
Je leeft in de Vormwereld.
Alles in de Vormwereld
is gemaakt van Gods substantie, Gods licht.
Niet alles echter is rechtstreeks door God gemaakt.
 
6. Vanaf het eerste begin, schiep God bewuste wezens
in zijn beeld en gelijkenis.
God schiep eerst twee wezens, Alfa en Omega.
Deze wezens schiepen andere wezens
als medescheppers met God.
 
7. Alle medescheppers werden in het beeld
en de gelijkenis van God geschapen.
Daarom hebben ze de mogelijkheid tot scheppen
en zij hebben de vrije wil
te kiezen wat te scheppen.
Medescheppers hebben individualiteit,
en zij scheppen door die individualiteit uit te drukken.
 
8. Mijn Vaders huis heeft vele woningen.
Er zijn werelden binnen werelden.
Elke wereld, elk niveau van de Vormwereld
is door bewuste wezens geschapen
die als medescheppers met God optreden.
 
9. Jij leeft in een deel van de Vormwereld.
Jouw wereld is het materiële heelal.
Het materiële heelal is door medescheppers,
Elohim genaamd, geschapen.
 
10 Planeet Aarde is ook door de Elohim geschapen.
Het is geschapen door de wetten van God te gebruiken,
en het werd geschapen  als uitdrukking
van de volmaaktheid van God.
 
11. Boven het materiële heelal zijn geestelijke universa.
In de geestelijke universa kan niets bestaan
dat de wet en de volmaaktheid van God schendt.
Als iets de wet schendt,
zal het zichzelf vernietigen.
 
12. Alle wezens in de geestelijke universa
hebben besloten hun creativiteit
binnen het raamwerk van Gods wet te gebruiken.
Daarom drukken de geestelijke universa
enkel de volmaaktheid van God uit.
 
13. Aan alle medescheppers werd het geschenk
van vrije wil gegeven.
Een aantal medescheppers besloot om die vrije wil
te gebruiken om tegen Gods wet in te gaan.
Wanneer deze wezens in de geestelijke universa
gebleven zouden zijn,
zouden ze zichzelf vernietigd hebben.
 
14. Als een daad van genade,
stond God deze wezens toe in het materiële heelal
af te dalen.
Als een daad van mededogen, schiep God de wet
dat in het materiële heelal
medescheppers tegen Gods wet in kunnen gaan
zonder direct door die wet vernietigd te worden.
Wezens kunnen onvolmaaktheid scheppen
zonder door hun eigen schepping vernietigd te worden.
 
15. In het materiële heelal
kan een wezen datgene scheppen
wat de wet van God geweld aan doet.
Een wezen kan iets scheppen,
dat niet de volmaaktheid van God uitdrukt.
In de geestelijke universa
kan er niets onvolmaakts bestaan.
In het materiële heelal
kunnen er onvolmaakte vormen bestaan,
tenminste op tijdelijke basis.
 
 
6. Medeschepping.
 

1. Toen de planeet Aarde door de Elohim geschapen was,
drukte het de volmaaktheid van God uit.
De Elohim maakten de schepping
van deze planeet echter niet af.
 
2. Elohim schiepen een aantal bewuste wezens
om als medescheppers te dienen.
Deze medescheppers zouden de schepping
van planeet Aarde voortzetten
binnen het raamwerk van Gods wet en Gods perfectie.
 
3. De medescheppers die door de Elohim werden geschapen
zijn wat je noemt menselijke wezens, mensen.
Jij werd geschapen in Gods beeld en gelijkenis
en jij hebt het vermogen om mede te scheppen.
 
4. Mensen hebben hun vrije wil en hun scheppingskracht gebruikt
om tegen de wetten van God in te gaan.
Daarom drukken de huidige omstandigheden op planeet aarde
niet de volmaaktheid van God uit.
 
5. God schiep geen beperkingen,
geen ellende, pijn en lijden.
God schiep de dood niet,
zelfs niet de dood van het fysieke lichaam,
het lichaam dat je ziel draagt
als een tijdelijk voertuig
in het materiële heelal.
 
6. De onvolmaakte omstandigheden die op aarde
 worden aangetroffen zijn door mensen gemaakt.
De meeste mensen schiepen onvolmaaktheid
uit onwetendheid.
De meeste mensen gaan door met onvolmaaktheid
uit onwetendheid te scheppen.
 
7. Vanwege de wet van vrije wil,
kan God je niet dwingen volmaaktheid te scheppen
en God kan je niet dwingen onwetendheid op te geven.
God kan enkel wachten totdat jij een betere keus maakt.
 
8. Wanneer jij je eigen leven wilt veranderen,
wanneer jij de planeet wilt veranderen,
zul je naar verlichting en ware kennis moeten streven,
zodat jij kunt ophouden met onvolmaaktheid te scheppen
en kunt beginnen met volmaaktheid te scheppen.
 
9. God heeft je een vrije wil gegeven,
en Gods wet is absoluut.
Niemand in de hemel mag de
vrije wil van een mens schenden.
Wanneer je in onwetendheid blijft en
wanneer je door blijft gaan met onvolmaaktheid te scheppen,
dan kunnen wij als Opgevaren Schare
alleen maar ons op de achtergrond houden en wachten
totdat jij een beter besluit neemt.
 
10. We kunnen jou niet dwingen.
We kunnen niet het besluit voor jou nemen.
we kunnen alleen proberen je te inspireren
om kennis van de waarheid te verwerven,
de waarheid die je vrij zal maken,
zodat je volmaaktheid in plaats van
onvolmaaktheid gaat scheppen.
 
11. Wanneer je besluit onze oproep te negeren
wanneer je besluit onwetend te blijven,
zul je doorgaan onvolmaaktheid te scheppen
en zul je dat wat je gezaaid hebt,
blijven oogsten.
 
12. Wat je ook zaait,
zul je onherroepelijk moeten oogsten.
In onwetendheid zaaien zal niet voorkómen
dat je de gevolgen niet zult oogsten.
 
13. Dat wat je in onwetendheid zaait,
wordt je werkelijkheid,
en je onwetendheid weerhoud je te zien
dat er iets buiten die onwetendheid is
die je gevangen houdt.
 
 
7. Verantwoordelijkheid

 
1. Mensen zijn onwillig
om voor hun eigen situatie
verantwoordelijkheid te aanvaarden.
Het is zoveel makkelijker
om de schuld voor die situatie
op iets of iemand anders
buiten jezelf te leggen.
Als je echter geen verantwoordelijkheid aanvaard,
geef je je kracht weg
persoonlijk je omstandigheden te veranderen.
 
2. Je hebt geen zeggenschap over de wereld
en je hebt geen zeggenschap over andere mensen.
Je hebt geen macht over God
en je hebt geen macht over je lot.
Wanneer je daarom denkt
dat zulke uiterlijke krachten je situatie scheppen,
dan is er voor jou geen enkele manier
om je situatie te veranderen.
Je bent dan een slachtoffer van omstandigheden
waar je geen zeggenschap over denkt te hebben en
je zult slachtoffer blijven, totdat je besluit
persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen.
 
3. Op het moment dat je bewust accepteert
dat je je eigen situatie in het leven hebt geroepen,
op datzelfde moment
heb je kracht gekregen om die situatie te veranderen.
 
4. Je kunt niet datgene veranderen,
wat je niet geschapen hebt.
Maar je kunt wel datgene veranderen
wat je geschapen hebt.
 
5. Het veranderen van datgene wat je gemaakt hebt,
is zo eenvoudig.
Uit onwetendheid schiep je onvolmaaktheid.
Onwetendheid deed je verkeerde keuzes maken.
Streef eenvoudig naar verlichting
en je zult de basis leggen
om betere keuzes te maken.
 
6. Het overwinnen van onvolmaakte keuzes
uit het verleden
kan gedaan worden door het maken
van betere keuzes in het heden.
 
 

 

Lees de rest van Boek 1
Terug naar: Persoonlijk Christusschap

Terug naar boven

Copyright © 2003 by Kim Michaels

 

Have you been emotionally scarred by a Hellfire-and-brimstone approach to Christianity? Have you been disappointed by the inability of orthodox Christianity to give you meaningful answers? If so, let this unique book heal your wounds and give you answers that make sense.
If you have found anything of value on this website, do not miss this book. Click here for more information.

The Christ Is Born in You