Lezing
5. De ware sleutel tot redding
(5e lezing uit de serie:
Het pad naar individueel Christusschap
Nederlandse vertaling van: Discourse 5. The true key to salvation)
Jezus: Beste vrienden, in de voorgaande lezingen heb
ik een vast fundament gelegd en we moeten nu beginnen op dat fundament
te bouwen.
Laten we daarom de volgende vraag in overweging nemen: ‘Wat is
er voor nodig om gered te worden?’ Wanneer je accepteert dat het
leven een geestelijke kant heeft, dan ben je je waarschijnlijk ook wel
bewust dat er een verschil is tussen deze wereld en de geestelijke wereld.
Mensen van verschillende godsdiensten delen een vrijwel universeel geloof
dat er een verschil is tussen de geestelijke en materiële wereld.
Zij delen ook het geloof dat de aarde niet de vaste verblijfplaats voor
de mensen is. Het doel van het leven is de planeet aarde te ontstijgen
en de geestelijke wereld binnen te gaan. De meeste mensen beseffen ook
dat voordat je de geestelijke wereld binnen kunt gaan, je aan bepaalde
voorwaarden moet voldoen.
Kijk eens naar de planeet aarde zoals je het vandaag de dag ziet. Ik
denk dat iedereen het erover eens is dat de gruweldaden die op deze
planeet plaatsvinden eenvoudig niet in de geestelijke wereld getolereerd
kunnen worden. De meeste mensen beseffen dat de wezens die in de geestelijke
wereld wonen niet zo met elkaar omgaan zoals mensen dat doen.
Ik heb geprobeerd je duidelijk te maken dat er geen wezenlijk verschil
is tussen de hemelse wereld en planeet aarde. Het enige verschil is
een verschil van vibratie. Daarom heb je het vermogen naar de geestelijke
wereld op te varen. Maar voordat je het koninkrijk van onze Vader kunt
binnengaan, moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen.
De belangrijkste voorwaarde is dat je je boven het lagere bewustzijn
van het menselijke denken moet verheffen. De wreedheden die je op de
planeet aarde ziet gebeuren en vele andere daden die mensen niet per
definitie als verkeerd beschouwen zijn het gevolg van de lagere bewustzijnsstaat.
Vlees en bloed, het vlees en bloed van het lagere bewustzijn, kan eenvoudig
niet het koninkrijk beërven. Dus de enige manier waardoor je mogelijk
tot het koninkrijk van onze Vader kunt opvaren is de lagere bewustzijnsstaat
van het menselijke denken achter je te laten.
Laat me duidelijk maken dat er absoluut geen enkele andere mogelijkheid
is. De vibraties van het menselijke denken kunnen nooit over de drempel
komen en de nauwe poort passeren die naar het koninkrijk van onze Vader
leidt. Zelfs als deze vibraties verhuld worden als wat men menselijke
goedheid zou kunnen noemen, kunnen ze nog steeds niet het koninkrijk
van onze Vader binnendringen. Je kunt het koninkrijk niet binnen komen
door een goed mens te worden. In de ogen van God bestaat er niet zo
iets als een goed of volmaakt menselijk wezen.
Je kunt het koninkrijk alleen ingaan door het gevoel van identiteit
te overwinnen dat je doet geloven dat je een sterfelijk menselijk wezen
bent, dat van God is afgescheiden. Je kunt het koninkrijk alleen binnen
gaan door de oude sterfelijke mens af te leggen en de nieuwe mens aan
te doen, het geestelijke wezen, het gevoel van een geestelijke identiteit.
Je kunt alleen binnengaan door het Christusbewustzijn aan te nemen en
je volledig met dat Christusbewustzijn te verenigen zodat je jezelf
als een geestelijk wezen ziet. Je identiteitsbesef moet op de rots van
Christus gebouwd worden in plaats van op het drijfzand van het lagere
bewustzijn. Het is van essentieel belang dat je tot een bewust innerlijk
besef van de waarheid achter deze ideeën komt. Je moet je bewust
worden dat je niet de ronde pen van het menselijke denken in het vierkante
gat kunt steken dat leidt tot de Heilige Stad.
Het doel van het leven
Wanneer je tot een innerlijk besef van deze essentiële waarheid
komt, kun je heel snel een geheel nieuw gezichtspunt op het menselijke
leven ontwikkelen. Je ziet nu dat het doel van het leven je redding
is, je opgaan in de geestelijke wereld. Je ziet ook dat desleutel tot
het realiseren van dit doel is dat je door een geleidelijk proces moet
gaan, dat ik het geestelijke pad genoemd heb. Je moet geleidelijk aan
het lagere bewustzijn afleggen en de nieuwe mens, het Christusbewustzijn
aandoen.
Eeuwen lang, nee duizenden en duizenden jaren lang hebben mensen geloofd
dat verlossing een uiterlijk proces was waarover zij geen enkele zeggenschap
hadden. Ik vertel jullie dat dit niet zo is. Verlossing is geen zaak
van passief wachten op een uiterlijke redder die plotseling zal verschijnen
om het werk voor jou te doen.
Ik heb eerder gezegd dat je wel een uiterlijke redder nodig hebt. Maar
die uiterlijke verlosser dient alleen als de open deur waardoor God
jou een stukje van het universele Christusbewustzijn kan aanreiken.
Dit stukje werkt dan als een zuurdeeg (gist) om het hele brood van je
bewustzijn te doen rijzen.
Het doorgeven van het levende woord, het levende brood, is maar één
kant van de medaille. De keerzijde van de medaille is dat je een vrije
wil hebt en dat de wet van vrije wil de uiteindelijke wet van het materiële
universum is. Je kent mijn gelijkenis van de zaaier, van wie het zaad
op onvruchtbare grond valt. Er kan een redder verschijnen die je een
stukje van het Christusbewustzijn geeft. Maar als jij niet uit vrije
wil het besluit neemt om dat Christusbewustzijn aan te nemen, kan je
redding eenvoudig niet plaatsvinden.
Ik kan je het brood van leven aanbieden, maar ik kan je niet dwingen
om dat levensbrood aan te nemen. Ik kan je naar het levende water leiden,
maar ik kan niet zorgen dat je ervan drinkt. Ik kan je mijn Christusbewustzijn
geven, zoals ik dat doe in de regels van deze leringen, maar ik kan
je niet dwingen dat Christusbewustzijn toe te staan jouw bewustzijn
naar een hoger niveau te brengen.
Het verhogen van je bewustzijn kan alleen plaats vinden als jij het
besluit neemt om het te laten gebeuren. In feite zul je heel wat beslissingen
moeten nemen. Je zult dagelijkse beslissingen moeten nemen om de oude
mens af te leggen en de nieuwe, geestelijke ‘mens’ aan te
doen.
Het lagere bewustzijn heeft een heel diepgaande overtuiging dat er een
makkelijke uitweg is, dat er een of andere gemakkelijke oplossing is
of een vorm van automatische redding. Dit geloof heeft geleid tot het
idee dat ik de enige zoon van God ben en dat door eenvoudig in mij te
geloven en uit te spreken dat ik je Heer en Redder ben, je automatisch
gered zult worden.
Ik ben Jezus Christus en ik vertel je dat er niet zoiets bestaat als
een automatische redding.
Redding wordt ieder mens als een geschenk van God aangeboden. Maar de
sleutel tot redding is niet het aanbieden van het geschenk, want het
regent in werkelijkheid voor zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen.
De sleutel tot redding is het aannemen van het geschenk. Zonder die
acceptatie kan God je niet redden. God zal eenvoudig moeten wachten
totdat jij zijn genade aanneemt.
Het pad naar redding
Redding is een proces, niet een onmiddellijk wonder. Het proces van
redding kent verscheidene stadia.
Ik heb eerder aangegeven dat de Wet van Mozes aan mensen met een zeer
laag en onvolgroeid bewustzijn gegeven is. Deze mensen hadden een aantal
regels nodig die niet eenvoudig verkeerd begrepen konden worden. Ze
hadden ook een aansporing nodig om die regels op te volgen en vanwege
hun staat van bewustzijn was de angst voor straf de enige praktische
stimulans.
God is niet een boze God. In werkelijkheid straft God geen mensen; mensen
straffen zichzelf, zoals ik in een andere lezing zal uitleggen. Maar
op een bepaald bewustzijnsniveau is angst voor straf de enige manier
om mensen van daden van zelfvernietiging af te houden. Dus de Wet van
Mozes was gericht op het veranderen van de daden van de mensen, hun
uiterlijk gedrag.
Toen de tijd voor mijn missie in Galilea aanbrak, was de situatie veranderd.
De mensheid was naar een hogere bewustzijnsstaat gestegen. Daarom kon
ik met een hogere wet komen, namelijk de Bergrede en andere leringen.
Deze wet was nog steeds gericht om mensen af te houden van daden die
leiden tot zelfvernietiging, maar het ging één stap verder.
Mijn nieuwe wet bracht de bron van daden van zelfvernietiging in verband
met een staat van bewustzijn. Men zou kunnen zeggen dat waar de wet
van Mozes gericht was op het veranderen van het uiterlijke gedrag van
mensen, mijn leringen gericht waren op het veranderen van het innerlijke
gedrag van mensen.
Mijn leringen probeerden mensen te helpen beseffen dat de meest effectieve
sleutel om uiterlijk gedrag te veranderen is om de staat van bewustzijn,
dat de oorzaak van dat gedrag is, te veranderen. Mijn leringen waren
aan de bewustzijnsstaat aangepast die mensen tweeduizend jaar geleden
hadden. Daarom beschreef ik een direct verband tussen een uiterlijke
daad en een bepaalde bewustzijnsstaat. Met andere woorden, ik beweerde
dat het verkeerd was om met een vrouw van een andere man te slapen;
om echter die daad te voorkomen moest men aan het innerlijke verlangen
naar de vrouw van die andere man zien te ontkomen.
De afgelopen tweeduizend jaar hebben vele toegewijde christenen grote
geestelijke vooruitgang geboekt door mijn leringen te overdenken en
in zich op te nemen, zelfs de onsamenhangende en onvolledige leringen
die in de bijbel gevonden worden.
Vanwege deze vooruitgang is het bewustzijn van de mensheid nu naar een
nieuw niveau gestegen. Op dit nieuwe niveau moet je een dieper begrip
verwerven van het verband tussen uiterlijke daden en je staat van bewustzijn.
Het is niet voldoende om te zeggen dat doodslag verkeerd is en dat,
om doodslag te vermijden, je de wens tot doden moet overwinnen. Je moet
je bewust worden dat de wens om te doden slechts een klein aspect is
van een groter geheel, een grotere bewustzijnsstaat. Die staat van bewustzijn
is wat ik genoemd heb het lagere bewustzijn van het menselijke denken.
Met andere woorden het verlangen tot doodslag is eenvoudig het resultaat,
en de onderliggende oorzaak is het menselijke denken, het lagere bewustzijn.
Het is gewoonweg niet genoeg om de wil tot doodslag te overwinnen, het
verlangen naar overspel, de wil om te stelen, de zucht naar geld en
een bijna onbeperkt aantal vormen van andere handelswijzen en gedragingen.
Het overwinnen van zulke onvolmaakte daden is een stap in de goede richting,
maar het is slechts een stap. Om de hele weg te gaan, zul je naar de
wortel van het probleem moeten gaan, dat het lagere bewustzijn is. Je
zult boven het bewustzijn moeten uitstijgen dat je die daden deed begaan,
het bewustzijn dat je gedachten doet denken en gevoelens doet voelen
die onzuiver zijn, wat inhoudt dat zij niet de aanvaardbare offerande
zijn.
In het Hof van Eden
Om te beginnen met het proces van het overwinnen van het lagere bewustzijn,
moet je tot een bewust besef komen wat dit lagere bewustzijn inhoudt
en hoe het je beïnvloed. Om dit lagere bewustzijn uit te leggen,
laten we een reis terug in gedachten naar het Hof van Eden maken.
Ik wil graag dat je begrijpt dat het bijbelse verslag van de Hof van
Eden gebaseerd is op een oeroude mondelinge overbrenging. Deze traditie
werd gedurende zoveel duizenden jaren van generatie op generatie overgeleverd
dat de meeste mensen, zij het volgelingen van het orthodoxe christendom
of de religie met de naam wetenschappelijk materialisme, nauwelijks
in staat zijn het juiste tijdskader aan te geven. Vanwege dit langdurige
proces, is er iets van de oorspronkelijke betekenis verloren gegaan.
Ik zal jullie later een meer gedetailleerd verslag geven van wat er
werkelijk in de Hof van Eden gebeurd is. Maar voor dit moment wil ik
mij graag richten op het feit dat de oorzaak van de val van de mensen
was dat zij van de verboden vrucht aten.
De verboden vrucht is naar men zegt de vrucht van de kennis van goed
en kwaad. In werkelijkheid was het de vrucht van de kennis van relatief
goed en kwaad. Het denkbeeld van een vrucht is eenvoudig een illustratie
van een diepere werkelijkheid. Die diepere werkelijkheid is een staat
van bewustzijn. De mensen vielen in een lagere bewustzijnsstaat, een
staat van bewustzijn die gedomineerd werd door de denkbeelden van relatief
goed en kwaad.
Ik heb jullie verteld dat alles in Gods schepping gemaakt is van Gods
licht en dat het enige verschil van de onderscheiden niveaus van de
schepping een verschil in vibratie is. In de hogere gebieden van de
geestelijke wereld is alles gemaakt van licht van een zeer hoge vibratie.
De wezens die in een van de geestelijke sferen leven, zelfs in het lagere
geestelijke domein, vinden het daarom gemakkelijk te begrijpen dat alles
een uitdrukking is van een diepere werkelijkheid, namelijk God. Wanneer
je in het geestelijke rijk bent, besef je dat alles gemaakt is van Gods
licht. Daarom beseffen jullie dat er iets meer is dan de wereld waarin
jullie leven: er is een diepere werkelijkheid. Daarom kun je begrijpen
dat jouw wereld niet een geïsoleerde wereld is, maar eenvoudig
een deel van een groter continuüm van vibraties.
Omdat je nu duidelijk ziet dat alles in jouw wereld de uitdrukking is
van een diepere werkelijkheid, zou je nooit het slachtoffer kunnen worden
van een illusie die je doet denken dat je van de rest van Gods schepping
of van God zelf bent afgescheiden. Je weet dat jij en alles rondom je
eenvoudig een uitdrukking is van de diepere werkelijkheid van God. Je
weet en je aanvaardt dat je een zoon of dochter van God bent en je kunt
nooit dit gevoel van identiteit verliezen.
Waneer je in de geestelijke wereld bent heb je een absolute maatstaf
die je heel duidelijk vertelt wat constructief of destructief gedrag
is. Het is gemakkelijk voor je in te zien wat van God is (wat in overeenstemming
met Gods wet en visie is) en wat niet van God is (wat buiten Gods wet
en visie ligt). Daarom kun je ongetwijfeld zien wat voor jou het meest
van belang is, wat ‘verlicht eigenbelang’ is. Het is duidelijk
dat als je weet dat een bepaalde daad schadelijk voor je is, je er vanzelfsprekend
voor kiest om zo’n daad achterwege te laten.
Het kosmische leslokaal
Het materiële heelal is samengesteld uit energie van een lagere
vibratie dan de energieën in het geestelijke gebied. De energieën
van het materiële gebied zijn in feite zo veel ‘dichter’
dat het niet direct duidelijk is dat de dingen van deze wereld een manifestatie
van een diepere werkelijkheid zijn. Het is niet direct duidelijk dat
deze wereld enkel een afgescheiden deel is in een continuüm van
vibraties. Wanneer de ziel verlangt om in de stoffelijke wereld af te
dalen, is het noodzakelijk dat de ziel een proces van voorbereiding
en scholing ondergaat.
De ziel moet leren hoe met een fysiek lichaam om te gaan en op welke
manier de stoffelijke wereld door de zintuigen van dat lichaam te begrijpen
valt. De fysieke zintuigen zijn niet in staat de hogere vibraties van
het geestelijke rijk op te merken; zij kunnen alleen de vibraties van
het materiële heelal waarnemen. Wanneer de ziel daarom in het fysieke
lichaam afdaalt, heeft de ziel niet langer het directe besef dat de
energieën rondom haar gewoon een uitdrukking van een diepere werkelijkheid
zijn. De ziel kan niet zien dat er behalve het materiële heelal
er ook nog geestelijke sferen zijn.
Om de zaak nog ingewikkelder te maken, het fysieke lichaam is een zeer
complexe schepping. Als een ziel bewuste besluiten zou moeten nemen
om de vitale functies van het fysieke lichaam in stand te houden, zoals
het ademen en het kloppen van het hart, zou de ziel al heel snel overweldigd
worden. Zij zou geen aandacht over houden om werkelijk iets met het
fysieke lichaam te doen of zelfs van het leven in de stoffelijke wereld
te genieten. Het spreekt vanzelf dat dit het doel van de afdaling van
de ziel in de stoffelijke wereld teniet zou doen.
Daarom was het menselijk lichaam oorspronkelijk ontworpen met een eigen
geest. We kunnen deze geest met een computer vergelijken en we kunnen
zeggen dat dit menselijke denken domweg een computer is die het fysieke
lichaam bestuurt.
Het fysieke lichaam is uit de energieën van het materiële
heelal geschapen. Dat is de reden waarom de fysieke zintuigen niet verder
dan die energieën kunnen kijken. Evenzo is de computer van het
lichaam van de energieën van de stoffelijke wereld gemaakt. Daarom
kan de ‘lichaamscomputer’ de denkbeelden van geestelijke
sferen of een diepere realiteit niet bevatten. Het menselijke denken
kan gewoonweg het idee van God en Gods wet niet vatten. Daarom is er
voor het menselijke denken niet zoiets als een absolute wet. Met andere
woorden, het menselijke denken heeft geen begrip van absoluut goed en
kwaad; het heeft geen idee van ‘verlicht eigenbelang’. Het
ziet alleen zijn directe eigenbelang en het gaat van dit eigenbelang
uit op grond van een relatieve norm.
Het menselijke denken is een staat van bewustzijn die gedomineerd wordt
door betrekkelijkheid en afscheiding. Het menselijke denken ziet zichzelf
niet als een verlenging van een diepere werkelijkheid. Hoewel het van
Gods energie genaakt is, ziet het zichzelf niet als een zoon of dochter
van God (en het is geen ware zoon of dochter, zoals de ziel die is).
Het menselijke denken kan geen verschil maken tussen ideeën die
van God zijn en gedachten die niet van God zijn. Het kan niet begrijpen
dat iets buiten Gods wet en Gods visie kan zijn, omdat het Gods wet
en visie niet kan bevatten.
Voor het menselijke denken is alles relatief. Goed is een begrip dat
alleen betekenis heeft als tegengestelde van kwaad. In werkelijkheid
is God goed. De goedheid van God heeft geen tegenpool. Kwaad, zoals
het door mensen begrepen wordt, heeft geen uiteindelijke werkelijkheid.
Kwaad is niet de tegenpool van God. Kwaad is gewoonweg de tegenpool
van relatief goed, een denkbeeld van goed dat alleen in de materiële
wereld bestaat.
De val
Het Hof van Eden was een kosmisch leslokaal. Het was ontworpen om je
ziel te leren hoe met het fysieke lichaam om te gaan zonder je identiteitsbesef
van een geestelijk wezen te verliezen. Zoals alle scholen had het Hof
van Eden lessen in opeenvolgende klassen. De jongere leerlingen kregen
de makkelijke lessen en alleen de gevorderde studenten, zij die bijna
klaar waren om in de stoffelijke wereld af te dalen, werden toegelaten
tot de moeilijkste lessen.
De allermoeilijkste les was te leren hoe met de ‘computer van
het lichaam’ om te gaan zonder daarbij je gevoel van identiteit
als geestelijk wezen te verliezen. Daarom waren de jongere studenten
voor deze les uitgesloten. Als namelijk een onvoorbereide student aan
deze les zou deelnemen, dan zou de student vrijwel zeker overweldigd
worden door de ‘dichtheid’ van het fysieke lichaam en de
relativiteit van het menselijke denken. Met andere woorden een onvoorbereide
student zou vrijwel zeker zijn identiteitsbesef als geestelijk wezen
verliezen.
Dit is precies wat er gebeurd is. Een groep studenten besloot van de
verboden vrucht te eten voordat zij klaar waren om goed met deze inwijding
om te gaan. Daardoor vielen zij in de lagere bewustzijnsstaat waarin
hun ziel zich met het fysieke lichaam en met het menselijke denken vereenzelvigde.
In plaats van zichzelf als zonen en dochters van God te zien, zagen
zichzelf als sterfelijke wezens die van God waren afgescheiden.
In werkelijkheid werden de studenten die in deze lagere bewustzijnsstaat
waren gevallen niet met geweld uit het Hof van Eden verdreven. Het Hof
van Eden bestond in het geestelijke rijk dat net boven de materiële
wereld ligt. Eigenlijk is dit rijk nagenoeg gelijkvormig aan de materiële
wereld. Toen de studenten in de lagere bewustzijnsstaat vielen, konden
ze daarom niet langer het Hof van Eden zien; zij konden alleen de materiële
wereld zien.
In het begin hadden de meeste zielen nog wel een herinnering aan hun
geestelijke oorsprong. Maar met het verstrijken van de tijd ging deze
herinnering geleidelijk aan verloren. Daarom heb je op planeet Aarde
nu een situatie waarin miljarden mensen de bewuste herinnering aan hun
geestelijke oorsprong en hun ware identiteit als zonen en dochters van
God verloren hebben. In plaats van zichzelf als onsterfelijke geestelijke
wezens te zien, zien ze zichzelf als sterfelijke menselijk wezens.
Je moet begrijpen dat je niet hier op Aarde bent omdat God besloot je
voor je zonden te straffen. Je werd nooit gedwongen om hier te komen.
God schiep je niet als een zondaar en God zond je hier niet voor straf.
Je bent hier omdat je twee keuzes maakte. De eerste keus of het eerste
besluit was om van de verboden vrucht te eten, te experimenteren met
het lagere bewustzijn van relativiteit en afscheiding. Het tweede besluit
was om je voor je geestelijke leraar te verbergen.
Je kunt je uit de bijbel herinneren, dat nadat Adam en Eva (die de mannelijke
en vrouwelijke aspecten van iedere ziel vertegenwoordigen) van de verboden
vrucht hadden gegeten, zij zich voor God verschuilden. De God van het
Hof was in werkelijkheid een geestelijke leraar, een vertegenwoordiger
van God. Er waren vele zielen in het Hof van Eden die van de verboden
vrucht aten. Sommigen gingen terug naar hun leraar, gaven hun fout toe
en vroegen om vergeving. Zij ontvingen die vergeving en verdere scholing
in hoe de relativiteit van het menselijke denken te overwinnen.
Bedenk nu eens wat er gebeurde met diegenen die niet teruggingen om
vergeving te vragen. God heeft iedereen een vrije wil gegeven. Als je
besluit je voor je geestelijke leraar te verbergen, kan de leraar je
niet confronteren zonder inbreuk op je vrije wil te maken. God overtreedt
zijn eigen wetten niet. Als je besluit je leraar de rug toe te keren
en besluit dat je niet naar God wilt teruggaan of dat je het niet waard
bent naar God terug te gaan, dan kan de leraar alleen maar wachten totdat
je een betere beslissing neemt.
Het wezenlijke punt wat ik wil doen overkomen is dat je hier bent omdat
je de beslissing genomen hebt je van God, of beter gezegd, je geestelijke
leraar af te keren. De enige manier waarop je mogelijk gered kunt worden
is door dat oorspronkelijke besluit ongedaan te maken. Hoe maak je een
verkeerde beslissing ongedaan? Je komt eenvoudig tot een beter besluit!
Besluit om gered te worden
Ik heb gezegd dat redding een proces is dat tijd neemt. Maar niet voordat
je tot een volledig bewust besluit komt dat je naar God terug wilt gaan,
kun je zelfs beginnen het pad naar redding te bewandelen. Zolang je
je oorspronkelijke beslissing staande houdt om je van God af te keren,
kun je niet aan het geestelijke pad beginnen. Hoe kun je mogelijkerwijs
beginnen aan het proces om terug naar Gods koninkrijk te klimmen als
je nog steeds bezig bent van dat koninkrijk weg te lopen. Het moet duidelijk
zijn dat dit domweg niet mogelijk is.
Je kunt geen twee heren dienen. Je kunt niet een huis binnengaan zolang
je ervan weg loopt. Je kunt niet vooruitlopen door achteruit te lopen.
Je kunt mij niet volgen zolang je tegen de prikkels achteruit slaat.
Wat ik probeer je hier te laten zien is dat veel mensen zich op dit
ogenblik in een impasse bevinden. Zij hebben zich in een doodlopend
steegje gemanoeuvreerd, een impasse, een situatie waar men niet uit
komt.
Er zijn zoveel mensen die niet gelukkig zijn met hun huidige situatie
en het leven als een doorgaande stroom van lijden ervaren. Maar toch
zijn ze niet bereid dat ene besluit te nemen dat hen op weg zal helpen
met het proces waardoor ze aan de ellende en het lijden van het lagere
bewustzijn kunnen ontsnappen.
De situatie is duidelijk. Als je echt je leven wilt verbeteren zul je
een besluit moeten nemen. Je moet kiezen welke meester je wilt dienen.
Wil je de meester, de tiran van het menselijke denken dienen? Of wil
je de ware meester van het Christusbewustzijn dienen? Kies je de dood
van het menselijke denken of het leven van de Christusgeest?
Ik, Jezus, zeg zoals Mozes voor mij zei: ‘Kies het leven!’
Kies het ware leven van het Christusbewustzijn. Besluit je aandacht
op mij te richten en neem het brood van leven aan dat ik je geef, het
brood van het Christusbewustzijn dat Ik Ben. Neem, eet – dit is
mijn lichaam (het lichaam van de Christusgeest) dat voor jou gebroken
is.
Ga naar de volgende
lezing: Het probleem op Aarde
Terug naar Persoonlijk
Christusschap
Terug
naar boven
Copyright
© 2003 by Kim Michaels |