|
Antwoord van Jezus:
De vraag van het plaatsvervangende
zoenoffer is oorzaak geweest van veel verwarring onder Christenen. Ik
wil jullie graag een beter begrip van dit denkbeeld geven.
De enige manier om dit idee helemaal goed te begrijpen is door de Wet
van Oorzaak en Gevolg te begrijpen, met inbegrip van de ideeën
van reïncarnatie en karma. (zie Leerde
Jezus reïncarnatie?) Wanneer het universum je karma aan je
terugzendt, zal dat karma zwaar op je drukken. Terugkerend karma kan
zich op veel verschillende manieren kenbaar maken, maar al deze manieren
zullen een last voor je betekenen. Je karma zal vaak je mogelijkheid
belemmeren het geestelijke pad te lopen en je bewustzijn verhinderen
boven het niveau van het menselijke denken uit te stijgen.
Toen ik tweeduizend jaar geleden op Aarde kwam ging de mensheid zwaar
gebukt onder terugkerend karma dat in voorgaande eeuwen gemaakt was.
Het werd mij duidelijk dat mensen weinig kans zouden maken mijn ware
leringen te volgen als ze zo zwaar door dit karma belast werden.
Daarom verzocht ik mijn Vader
in de Hemel om het terugkerende karma van de mensheid voor de komende
tweeduizend jaar te mogen dragen. Dat verzoek werd mij toegestaan en
daarom heb ik de last van het karma van de mensheid de afgelopen tweeduizend
jaar gedragen.
Het dragen van iemands karma is niet hetzelfde als het permanent verwijderen
van dat karma. Daarom is het niet juist om te zeggen dat Jezus Christus
de zonden, of het karma, van deze wereld op zich genomen heeft. Ik heb
mensen een tijdelijk uitstel verleend van de last van hun karma. Ik
heb niet gezorgd dat ze blijvend aan dat karma konden ontkomen.
Als je het idee van het plaatsvervangende zoenoffer overweegt zoals
het door sommige Christelijke kerken verkondigd wordt, is het niet moeilijk
te zien dat bepaalde aspecten van dit denkbeeld eenvoudig niet kloppen.
Allereerst is er het idee dat ik niet alleen de zonden op mij heb genomen
die tot het moment van mijn komst op Aarde als Jezus waren begaan, maar
ook alle zonden die ooit na die tijd gepleegd zouden kunnen worden.
Hoe kan ik nu zonden op mij nemen die nog niet begaan zijn? Omdat ik
niet in het menselijke denken verstrikt ben, ontgaat het mij volkomen
hoe iemand überhaupt iets zinnigs aan zo’n idee kan ontdekken.
Dit zou mensen de vrije hand geven hen alles toe te staan wat ze maar
willen doen zonder ooit de gevolgen onder ogen te hoeven zien. Hoe kunnen
mensen hier nu iets van leren?
Ik ben een geestelijk leraar. Ik wil mensen helpen hun lessen zo snel
mogelijk te leren. Maar het hele wezen van ‘het leraar zijn’
is dat je niet iemands lessen voor hem of haar kunt leren. Het is eenvoudig
niet voldoende dat ik onderwijs dat menselijke daden gevolgen hebben.
Jij moet die les zelf leren, want anders zal die les geen invloed op
je leven hebben.
Mensen moeten hun eigen lessen
leren en ze moeten dat doen door tot een innerlijk besef van de waarheid
van die les te komen. Een leraar kan mensen helpen hun lessen te leren,
de leraar kan hen de juiste richting wijzen, maar de leraar kan de les
niet voor de leerling leren. Dit wordt uitgedrukt in de uitspraak, ‘Je
kunt iemand naar het water leiden, maar je kunt hem niet doen drinken.’
Als ik de zonden van de wereld op mij zou nemen en daardoor die zonden
wegneem, zou ik ook van mensen hun mogelijkheid wegnemen hun lessen
in het leven te leren. Ik ben een ware geestelijk leraar en ik zou daarom
mijn leerlingen nooit de mogelijkheid tot leren ontnemen.
Je schulden aan het leven betalen
Laat me je een korte gelijkenis vertellen om dit punt te illustreren.
Twee mensen gingen naar de bank en ieder ontving een lening van 10.000
euro. Beide personen hoefden de komende vijf jaar geen afbetalingen
te doen, maar de lening moest in zijn geheel worden terugbetaald.
De ene persoon besteedde
het geld aan een losbandig leven en toen de vijf jaren voorbij waren
was er geen geld meer over. Hij kon de lening niet terugbetalen en moest
daarom de gevangenis in. De ander investeerde zijn geld in een zakelijke
onderneming en na vijf jaren had hij 100.000 euro verdiend. Daarom betaalde
hij de lening in zijn geheel terug en bemerkte zelfs nauwelijks het
bedrag dat van zijn rekening werd afgeschreven.
Dit is de goddelijke bedoeling voor het uitstel van de terugkeer van
je karma. Het idee is dat in de tijd die ligt tussen het begaan van
een verkeerde daad en het oogsten van het karma ervan, je je vermogen
kunt vermeerderen. Wanneer je een verkeerde daad begaat, loop je een
schuld op aan het leven. Op een bepaald tijdstip in de toekomst zul
je die schuld moeten terugbetalen. Wanneer je een rechtvaardige daad
doet, maak je goed karma en je verzamelt schatten in de Hemel. Als je
goed gebruik maakt van je mogelijkheden kun je miljonair worden voordat
je je schuld hoeft terug te betalen. In dat geval zal het terugbetalen
van je schuld geen enkel probleem zijn.
Evenzo, toen ik aanbood de last van de mensheid op mij te nemen, was
het mijn bedoeling dat mensen hun tijd goed zouden gebruiken, dat ze
mijn innerlijke leringen zouden toepassen en daardoor hun schatten zouden
vermeerderen die ze in de Hemel hadden verzameld. Als mijn volmacht
voorbij was (van het tijdelijk dragen van de last van de zonden van
de mensheid), zouden de mensen hun eigen karma weer moeten dragen en
hun schulden aan het leven moeten terugbetalen. Als ze echter de mogelijkheid
gebruikt hadden om zich schatten in de Hemel te verzamelen, zou het
een eenvoudige zaak zijn om de schuld in zijn geheel terug te betalen.
Helaas is mijn oorspronkelijke bedoeling niet uitgekomen. Omdat mensen
de sleutel tot mijn innerlijke leringen afgenomen is, zijn de meeste
mensen in de afgelopen tweeduizend jaar geen geestelijke miljonairs
geworden. Tegelijkertijd hebben de meeste mensen zich niet echt ingespannen
om boven het menselijke denken uit te stijgen en persoonlijk Christusschap
aan te doen.
Ik moet nu het feit onder ogen zien dat de tweeduizend jaar voorbij
zijn en God me niet zal toestaan om nog langer het karma van de mensheid
te dragen. Daarom zal dat karma onvermijdelijk beginnen neer te komen
en je ziet nu al vele tekenen hiervan op Aarde.
God verschaft de mogelijkheid
dat ik, of een van mijn geestelijke broeders en zusters, zich kan aanbieden
om het karma van iemand die nog in een fysiek lichaam is op zich te
nemen. Dit wordt alleen toegestaan wanneer die persoon werkelijk zijn
of haar lessen in het leven geleerd heeft, het menselijke denken achter
zich heeft gelaten en een oprechte poging heeft ondernomen om persoonlijk
Christusschap te verwerven. In zulke gevallen kunnen wij als geestelijke
hiërarchie toestemming krijgen om blijvend een deel van iemands
karma weg te nemen. Dat hebben we in het verleden voor veel individuen
gedaan en we doen dat vandaag de dag nog steeds. Dit kan echter alleen
op individuele basis gebeuren en het wordt uitsluitend gedaan als iemand
recht heeft op deze genade.
Wat ik jullie hier vertel is dat om wat er de afgelopen tweeduizend
jaar is gebeurd, of liever gezegd, wat er niet is gebeurd, de mensheid
niet het recht op de blijvende verwijdering van haar karma heeft verworven.
Ik mag dit alleen in individuele gevallen doen.
Het terugkerende karma van
de mensheid is een serieuze aangelegenheid die veel ontreddering op
deze planeet kan veroorzaken. Je hebt wellicht gemerkt dat in de afgelopen
decennia er een dramatische stijging in het aantal voorspellingen is
geweest, die door verschillende bronnen naar voren zijn gebracht. Hoewel
niet al deze voorspellingen waar zijn, moet alleen al het aantal voorspellingen
een aanwijzing voor je zijn dat je in een ongewone tijd leeft. De reden
voor de stijging in het aantal voorspellingen is de terugkeer van het
karma van de mensheid.
Terug
naar: Vragen door Jezus
Terug
naar: Vind antwoorden
Terug
naar boven
Copyright
© 2006 by Kim Michaels |