|
Antwoord van Jezus:
Laten we beginnen met naar
de historische feiten te kijken. Iedereen die de moeite neemt om in
de historische verslagen van de vroege Kerk te duiken, zal zien dat
tussen de vierde en zesde eeuw, de Rooms Katholieke Kerk een aantal
decreten heeft uitgevaardigd die het denkbeeld van reïncarnatie
effectief als ketterij uitbande. Deze kennis is beschikbaar voor iedereen
die de moeite wil nemen om wat onderzoek te doen. Sommige theologen
weten in feite dat de verordening om reïncarnatie als ketterij
te verbannen geen pauselijke goedkeuring verkreeg. Sommigen stellen
daarom dat deze verordening geen officiële kerkleer is. Ik wil
echter niet ingaan op deze argumenten over de kerkpolitiek.
Het feit dat de Kerk een besliste poging deed om reïncarnatie als
ketterij te verbannen laat zien dat het denkbeeld van reïncarnatie
deel was van het vroege Christendom. Dit is gewoon een historisch feit
dat niemand, tenminste niemand die bereid is de werkelijkheid onder
ogen te zien, kan ontkennen.
Als reïncarnatie inderdaad deel was van het vroege Christendom,
hoe kon dit idee dan in het Christelijk geloof zijn gebracht? Is het
mogelijk dat het idee deel was van het vroege Christendom, omdat het
bekend gemaakt is door dezelfde persoon die het Christendom stichtte,
namelijk ikzelf?
Voordat ik deze vraag beantwoord, laten we eens kijken waarom er zoveel
weerstand tegen het idee van reïncarnatie bestaat. Zoals het geval
was met het denkbeeld dat ik de enige zoon van God zou zijn, is ook
hier weer een innerlijke en uiterlijke reden aanwezig.
Innerlijk verzet tegen reïncarnatie
De innerlijke reden om reïncarnatie te verwerpen is het menselijke
denken en de volledige weigering ervan om verantwoordelijkheid voor
iets te nemen. Zolang iemand zich met het menselijke denken identificeert,
zoekt die persoon wegen om zijn of haar wijze van doen te rechtvaardigen.
Dit kan nogal een moeilijk probleem worden.
Je leeft in een universum dat door een natuurlijke wet bestuurd wordt,
die de moderne wetenschap de Wet van Oorzaak en Gevolg noemt. Met andere
woorden, je leeft in een universum waar al je handelingen gevolgen hebben
in enige vorm. Elke bestaande godsdienst beschrijft in de een of andere
vorm, deze universele wet. De bijbel is hierop geen uitzondering want
zij leert dat, zoals een mens zaait, zal hij ook oogsten.
Het is een vaststaand feit dat je handelingen gevolgen voortbrengen
en dat die gevolgen op de een of andere manier van invloed op je zijn.
Als daarom het menselijke denken een bepaalde daad wil rechtvaardigen,
moet het een manier vinden om de Wet van Oorzaak en Gevolg te ontkennen
of weg te redeneren. Als je het denkbeeld accepteert dat elke daad gevolgen
heeft, dan kun je niet zonder meer bepaalde daden rechtvaardigen, omdat
je beseft dat je de gevolgen ervan niet kunt ontlopen.
Het menselijke denken kent echter een uitweg uit dit dilemma. De meeste
mensen ervaren dat zij wel een verkeerde daad kunnen plegen en daarvan
niet de consequenties hoeven te dragen. Als je een verkeerde daad begaat
en als niemand er achter komt dat die door jou werd gepleegd, dan kun
je er (ogenschijnlijk) ‘mee wegkomen’. Het menselijke denken
gebruikt deze veel voorkomende ervaring om te bewijzen dat het mogelijk
is een verkeerde daad te bedrijven en de gevolgen van die daad te ontlopen.
Met andere woorden, als je slim genoeg bent om ontdekking te vermijden,
dan kun je ook de gevolgen van je daden vermijden.
Het menselijke denken heeft
het idee dat dit een volkomen logische en gezonde manier van redeneren
is. Miljoenen zielen zijn zo door de relativiteit van het menselijke
denken in beslag genomen dat zij serieus in deze manier van redeneren
geloven. Hoe reageert zo’n ziel als zij geconfronteerd wordt met
het idee van reïncarnatie?
Het wezenlijke van het idee van reïncarnatie is dat je nooit aan
de gevolgen van je daden kunt ontsnappen. Je kunt misschien een verkeerde
daad voor andere mensen verbergen zodat je geen enkel gevolg van die
daad in dit leven hoeft te ondergaan. Maar je kunt nooit iets voor God
verbergen en daarom zul je onvermijdelijk de gevolgen van je daden ondervinden.
Als je deze gevolgen niet in dit leven voelt, dan zul je ze in een toekomstig
leven voelen.
Het denkbeeld van reïncarnatie is een gevoelige klap voor de redenering
van het menselijke denken dat het mogelijk is de gevolgen van je handelingen
te ontlopen. Iemand die zijn of haar leven daarom gebaseerd heeft op
het idee dat het mogelijk is straf te ontlopen, zal niet gauw positief
tegenover het idee van reïncarnatie staan. Dit idee legt alle verantwoordelijkheid
bij het individu en dat kan voor sommige mensen angstaanjagend zijn.
Wat ik probeer hier duidelijk te maken is dat veel mensen het slachtoffer
worden van een psychologisch mechanisme dat hen ertoe brengt het denkbeeld
van reïncarnatie te negeren, af te wijzen of weg te redeneren.
Uiterlijk verzet
tegen reïncarnatie
Laten we nu eens naar de uiterlijke reden kijken om reïncarnatie
af te wijzen. Het is een historisch feit dat een van de personen die
een grote rol speelde in het gebeuren dat de Kerk het denkbeeld van
reïncarnatie verbood, de vrouw van de Romeinse keizer Justinius
was. Haar naam was Theodora en ze hield niet van het idee dat ze in
een toekomstig leven gestraft kon worden voor haar daden. Ze gebruikte
daarom haar vooraanstaande invloed om het proces in gang te zetten dat
uiteindelijk de Rooms Katholieke Kerk alle sporen, of bijna alle sporen
van reïncarnatie uit het Christendom deed verwijderen.
Theodora was een levend voorbeeld
van hoe een machtselite op het denkbeeld van reïncarnatie reageert.
In de eerste plaats houden leden van deze machtselite niet van het idee
dat zij geen straf kunnen ontlopen. Maar buiten die persoonlijke zorg
hadden ze een andere reden waarom ze niet willen dat mensen in het idee
van reïncarnatie geloven.
Het idee van reïncarnatie houdt in dat je in een toekomstig leven
voor je daden gestraft kunt worden. De andere kant van de medaille echter
is dat je meer dan één leven hebt om je redding uit te
werken. Dit idee spreekt een machtselite niet aan, die godsdienst wil
gebruiken om absolute macht over mensen te krijgen.
De modus operandi van de machtselite is een georganiseerde kerk op te
richten en te beweren dat deze kerk het enige pad tot redding biedt.
Dit idee werkt het beste als mensen geloven dat ze slechts één
leven hebben om hun redding veilig te stellen. Als mensen geloven dat
het nu of nooit is, volgen ze veel gemakkelijker de verordeningen van
de uiterlijke kerk.
Als je gelooft dat je meer dan één kans hebt om voor redding
in aanmerking te komen, verdwijnt er iets van de urgentie ervan. Je
zult niet zo gauw de uiterlijke kerk naar de letter volgen en je zult
minder gauw de beweringen die door de kerk gedaan zijn, blindelings
aannemen.
Laat me dit illustreren door je te vragen een historisch feit te overwegen.
Toen het Christendom zich door Europa begon te verspreiden, had Europa
een heel oude cultuur die zijn middelpunt had in het in bezit hebben
van land. De eigenaar van een stuk land zou dat stuk land aan zijn kinderen
doorgeven om hun voortbestaan veilig te stellen. Toen de Roomse Katholieke
Kerk zijn invloed in heel Europa begon te verspreiden, bezat de Kerk
niet veel land. Maar slechts na enkele eeuwen was de Rooms Katholieke
Kerk de grootste eigenaar van land in Europa geworden. De Kerk kocht
geen land en over het algemeen gebruikte ze geen militaire middelen
om met geweld land in bezit te krijgen. Hoe kwam het dat de Kerk de
grootste grondbezitter in Europa werd?
Stel je voor dat je grote landeigenaar bent die een goed leven heeft
geleden en daardoor een aantal daden heeft begaan die de Kerk als zondig
bestempelde. Tijdens je jonge jaren maakte je je niet erg bezorgd hierover.
Maar je bent nu oud en je ligt op je sterfbed. In die situatie maken
de meeste mensen zich natuurlijk zorgen over wat er met hen na de dood
zal gebeuren. Je laat daarom de katholieke priester bij je bed komen.
Je bent met het idee grootgebracht
van hel en eeuwige verdoemenis en je hebt een natuurlijk verlangen om
dit te vermijden. De priester vraagt je om je zonden te belijden en
na dit gedaan te hebben, besef je duidelijk dat de zaken er niet goed
voor staan. De priester echter bied je een uitweg. Als je een deel van
je land aan de Kerk wilt schenken, zal de Kerk je je zonden vergeven
zodat jij aan de eeuwige verdoemenis kunt ontkomen. De onmiddellijke
noodzaak om aan eeuwige verdoemenis te ontkomen weegt plotseling zwaarder
dan je gevoel van verantwoordelijkheid tegenover je kinderen.
Als je aan de andere kant
geloofde dat je meer dan één leven had om je verlossing
uit te werken was er geen noodzaak om die redding van de Kerk ‘te
kopen’.
De meeste mensen weten dat de middeleeuwse Kerk inderdaad aflaten verkocht.
Zulke brieven van vergeving stelde iemand in staat vergeving voor zijn
zonden te kopen en sommigen kochten zelfs vergeving voor zonden die
ze niet hadden bedreven.
Ik wil niet zeggen dat dit voorbeeld de enige verklaring is voor het
feit dat de Katholieke Kerk de grootse grondbezitter in Europa werd.
Ik zeg dat het een deel van de reden is, maar wat ik werkelijk wil laten
zien is dat een machtselite, die absolute macht wil, mensen niet kan
toestaan in het denkbeeld van reïncarnatie te geloven. Dit idee
plaatst de vraag van straf in de handen van God, een autoriteit die
ver boven de mensen staat.
De machtselite wil zelf het
idee van straf controleren. Met andere woorden, om absolute macht over
mensen te krijgen moet de machtselite het denkbeeld van reïncarnatie
uitroeien. Ze moet jou doen geloven dat zij de sleutel tot redding in
handen hebben en dat het nu of nooit is. Als je niet doet wat zij zeggen,
dan zul je naar de hel gaan en is er geen mogelijkheid tot ontsnapping.
Terug
naar: Vragen door Jezus
Terug
naar: Vind antwoorden
Terug
naar boven
Copyright
© 2006 by Kim Michaels |