![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Je kunt niet weggeven, wat je niet bezit
NOOT: Deze dictatie werd uitgesproken door Kim Michaels op de Shangra-la Paasconferentie
En wanneer de ziel zich met deze geest identificeert, bevindt ze zich in een vicieuze cirkel. Ze weet van binnenuit dat ze meer is dan de uiterlijke geest. Maar toch is ze gaan geloven, dat om gered te worden, ze dit uiterlijke ideaal waar moet maken, en het uiterlijke ideaal is een ontkenning van de ware creativiteit van de ziel en haar ware wezen. Dus probeert de uiterlijke geest de uiterlijke vorm aan de ziel op te dringen en op onbewuste niveaus weet de ziel dat dit niet tot redding zal leiden; dus de ziel komt in opstand tegen de uiterlijke discipline en zo wordt je een huis dat tegen jezelf is verdeeld. Je wordt je eigen ergste vijand. En zo zie je veel mensen in dit niemandsland vastzitten, waar ze nog heet nog koud zijn. Zij zijn lauw en de innerlijke betekenis van lauw is dat je in de vicieuze cirkel vastzit, waar je uiterlijke geest – geholpen door je godsdienstige opvoeding –iets aan de ziel probeert op te dringen, waar de ziel, in de kern van haar wezen, tegen in opstand komt, omdat ze weet dat het niet Gods wil is. En zolang je in die dualiteit vastzit, die vicieuze cirkel, kun je op jezelf niet verder komen. Dus kun je niet genezen worden van de condities die je geest geschapen heeft uit dat dualiteitbewustzijn, het zij psychische aandoeningen, lichamelijke ziektes of uiterlijke problemen. En dus kun je niet genezen worden voordat je uit die impasse komt, voordat je uit die vicieuze cirkel stapt. En wat is de sleutel voor het ontsnappen aan deze toestand van noch dit noch dat te zijn, noch volledig levend te zijn noch volledig dood te zijn?
Wat je doen moet is heel eenvoudig. Je zult de zaak binnen moeten gaan en voor het speelgoed betalen en wanneer je ervoor betaald hebt, kun je er eigenaar van worden. En wanneer JIJ het speelgoed bezit – in plaats van de eigenaar van de zaak – dan kun jij het speelgoed aan het kind geven. En de kern van het verhaal is dat je niet kunt weggeven wat je niet bezit. Onthoud deze zin, ‘Je kunt niet weggeven wat je niet bezit.’ Om iets weg te geven, moet je er eerst bezit van nemen. Je moet het eigendomsrecht verwerven en wanneer het helemaal van jou is, heb je de keuze om het weg te geven. En dat is wat je moet doen voordat je van een aandoening in lichaam, geest of ziel kunt genezen. Je moet eigenaar van die aandoening worden, je moet het in bezit nemen, en wanneer het van jou is, dan heb je de keuze om het weg te geven. En het is in het weggeven van die aandoening dat je er vrij van kunt worden: je kunt genezen worden.
En toch ervaren zij in hun leven situaties die het gevoel van boosheid naar boven brengen. Maar omdat ze ‘goede christenen’ zijn, erkennen ze de angst niet; zij nemen niet het eigenaarschap ervan. Dus wat doen ze? Zij ontkennen het, zij duwen het weg in het onderbewuste. Boosheid is echter een vorm van energie, boosheid is gedachte bezield met de kracht van het gevoel en zo zal het uiteindelijk door het energiesysteem van het materiële heelal circuleren totdat het zich als een lichamelijke conditie in het lichaam manifesteert of als een ernstige verdeeldheid in de geest. Hoe kun je van een lichamelijke ziekte worden genezen die het gevolg van boosheid is? Je kunt niet volledig genezen door een operatie of door het innemen van een pil. Je kunt alleen volledig genezen door te erkennen dat de aandoening het gevolg van boosheid is. Daarna moet je eerlijk naar die boosheid kijken, er diep ingaan, totdat je de oorzaak ontdekt, die je die boosheid in de eerste plaats deed ervaren. Die oorzaak is vaak een verwachting die niet overeenkomt met de werkelijkheid van het leven of de hogere wil van je ziel. Maar totdat je eigenaar van de boosheid bent, totdat je er bezit van neemt en accepteert dat jij het in het leven hebt geroepen door een keuze te maken, en totdat jij de reden ontdekt waarom jij die keuze maakte, hoe kun je die boosheid dan ooit weggeven? En zo zijn veel christenen opgegroeid met een geloofssysteem dat niet logisch is, dat hun vragen over het leven niet beantwoord, dat niet duidelijk maakt waarom zij persoonlijke droevige gebeurtenissen zijn tegengekomen of waarom een kind met een meervoudige handicap is geboren en een ander kind in een rijk gezin met veel kansen is geboren. En zo zien ze de ongelijkheid in de wereld en hun enige mogelijkheid is te redeneren dat God het op die manier geschapen heeft. Wanneer je echter op die wijze denkt, dan is het onvermijdelijk dat je zult voelen dat God onrechtvaardig is, en zo is er boosheid tegen God. En zoveel christenen, in feite meer dan 90% van hen die zich christen noemen, hebben een niet onderkende boosheid tegen God. Maar omdat ze met de noodzaak zijn geprogrammeerd om ‘goede christenen’ te zijn – want als ze geen goede christenen zijn, kunnen ze het koninkrijk van God niet ingaan en gered worden – hebben ze slechts één optie en die is die boosheid te negeren, te ontkennen en te onderdrukken.
En nu jij er bezit over hebt – nu je begrijpt waarom – kun je plotseling iets doen wat je nooit eerder hebt kunnen doen. Je kunt zeggen, ‘Die boosheid is van mij. Ik neem er verantwoordelijkheid voor en op dit zelfde moment, is het helemaal mijn bezit.’ Dan kun je zeggen, ‘Maar ik besef ook, dat hoewel ik die boosheid in het leven heb geroepen, de ‘ik’ die die boosheid schiep, het menselijke ego is, het menselijke ‘ik’. Maar ik ben meer dan mijn menselijk ego. Ik ben een onsterfelijke ziel, door God geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. En het was niet mijn ziel die die boosheid schiep en daarom wil ik die boosheid niet langer. Ik wil niet dat het een deel van mijn wezen en mijn levenservaring blijft.’ En als je eenmaal beseft dat die boosheid los van je staat – het is iets wat je bezit en niet een deel van jezelf – op dat moment heb je de keuze om het weg te geven. En in plaats van te proberen je boosheid weg te geven door het op andere mensen af te reageren, kun je het aan het ene Wezen geven, dat met genoegen je boosheid zal aannemen. En dat Wezen is God, omdat God van je houd en je geen leven wil zien leven, dat door boosheid is bezwaard of door de gevolgen van boosheid, zoals geestelijke, emotionele of lichamelijke aandoeningen. God wil dat je vrij van boosheid bent en God is een onbegrensd vuur, een alles verterend vuur, dat de boosheid in één ogenblik kan verteren. Dus God wil het met plezier van je wegnemen, maar God gaf je vrije wil en zal je boosheid niet van je wegnemen, totdat jij het aan hem geeft. En je kunt het niet eerder aan hem geven totdat jij er eigenaarschap over neemt en zegt, ‘Dit is door een deel van mijn wezen gemaakt, dat niet mijn ware zelf is. Dus, noch mijn ego noch de boosheid door het ego gemaakt, is deel van mijn [hoger] wezen. En ik wil mij niet langer met het ego identificeren, noch met de boosheid; ik wil mijzelf ervan afscheiden. Ik wil er van loskomen en een onderscheiden en uitgekozen volk zijn, uitverkoren voor God, omdat ik gekozen heb mijzelf van het bewustzijn van dood af te scheiden.’ En wanneer je dit doet, dan kun je de boosheid nemen en je tot God [de God in het koninkrijk in je] wenden en zeggen, ‘O Heer, ik geef dit aan u, neem het alsjeblieft van me af.’ En als je het helemaal los kunt laten, dan zal het worden weggenomen. En als in het materiële heelal een keerpunt is geweest, zal zelfs een lichamelijke aandoening die het gevolg van boosheid is, van je worden weggenomen.
En de schoonheid van deze ervaring zou jullie moeten laten zien dat allen die hier zijn en allen die op het geestelijke pad zijn, vrijwillig aanboden een last te dragen, een kruis te dragen, zodat anderen die last niet hoeven te dragen en daardoor de mogelijkheid hebben om op te klimmen. Maar wat vaak met zulke mooie en liefdevolle zielen gebeurd is, dat wanneer zij incarneren, zij door de intensiteit, door het gewicht van de energieën van deze planeet worden overweldigd, die nu zo zwaar zijn dat ze bijna iedere ziel kunnen overweldigen. En dan worden ze door de programmering van de wereld beïnvloed, die zegt dat ze die gesteldheid eigenlijk niet hoeven te hebben. En misschien is het een onrechtvaardige en boze god die het hen oplegde, of misschien is er geen God. En zo wordt de ziel, die vrijwillig aanbood naar de Aarde te komen om die gesteldheid op zich te nemen, dat kruis voor anderen te dragen, nu verlokt, dezelfde vicieuze cirkel in te gaan die ik eerder beschreef, waar de uiterlijke geest van de ziel in opstand komt tegen de aandoening die ze vrijwillig op zich nam. En zo probeert de uiterlijke geest verwoed die toestand door uiterlijke middelen te boven te komen, door mechanische, fysieke middelen, door naar dokters te rennen of naar beoefenaars van de gezondheidszorg of allerlei andere soorten genezers. En toch – diep van binnen – weet de ziel dat ze vrijwillig aanbood die gesteldheid te dragen en daarom wil ze het niet loslaten totdat het doel is vervuld en de ziel die last lang genoeg heeft gedragen, zodat anderen kunnen opstaan en de gelegenheid gebruiken, die hen gegeven is. En op die manier rebelleert de ziel tegen haar eigen goddelijke plan en tegen het besluit dat ze nam toen ze nog in de lichtere energieën van de geestelijke wereld verbleef. En zo rebelleren vele prachtige en liefdevolle zielen een heel mensenleven tegen wat hun eigen keuze is geweest en wat ze uit liefde verkozen te doen. En zo hebben ze negatieve gevoelens over hun ziekte, hetzij angst, boosheid of wrok. En die gevoelens maken het juist moeilijker voor hen om die ziekte te dragen. En helaas, hoe moeilijker ze het hun zelf maken, des te gemakkelijker wordt het voor de ziel zichzelf met die ziekte te identificeren, zodat ze denkt dat het een deel van haar wezen is dat ze niet kan overwinnen. Zo zie je dat er een zeer subtiel verschil bestaat tussen enerzijds je identificeren met een gesteldheid door middel van de uiterlijke geest en anderzijds buiten die aandoening te gaan staan en eigenaarschap erover te nemen door te beseffen dat jij wel die ziekte in het leven hebt geroepen of op je hebt genomen, maar de ziekte zelf de uitdrukking van een staat van bewustzijn is en die bewustzijnstaat niet door je ziel in het leven is geroepen. Het is door je ego gemaakt en door de machten van deze wereld, waaronder de ego’s van andere mensen.
Een ziel heeft twee redenen om te incarneren. De ene is het kruis te dragen, de andere is haar gaven te brengen. En geestelijke zielen kiezen er vaak voor om eerst het kruis te dragen, en als ze eenmaal die taak hebben volbracht, dan zijn ze vrij om hun gaven te brengen. Maar als ze worden verleidt om tegen het dragen van hun kruis in opstand te komen en als ze niet bereid zijn het menselijke ego en zijn gehechtheden op dat kruis te laten sterven, dan komt de ziel niet verder. Dit is wat er met Petrus gebeurde – hij erkende de Christus, maar was niet bereid zich volledig met mij te identificeren, namelijk tot het punt waar hij bereid was naast mij gekruisigd te worden, als dat Gods plan zou zijn. En dus de sleutel om uit deze impasse te raken is van mijn voorbeeld te leren, waar je mij de nacht voor mijn veroordeling en kruisiging in het Hof van Gethsemane zag. En weer hebben de duivelen van deze wereld het valse beeld van Jezus Christus geschapen, wat het voor de meeste mensen bijna onmogelijk maakt zich met mij te identificeren. En dus hebben zij de neiging stilzwijgend aan het feit voorbij te gaan dat, toen ik in die tuin was, ik diep verontrust en heel erg angstig was. Ik huilde tranen van bloed. Ik leed, zoals zoveel andere mensen lijden, door het dragen van de last die ik droeg, door het dragen van mijn kruis en door de gedachte wat er daarna zou gebeuren. En dit vormde zo´n zware last voor mij dat, zelfs al had mijn ziel vrijwillig aangeboden om in die situatie terecht te komen, ik God niettemin vroeg om die beker van mij weg te nemen. En dit laat je zien dat Jezus Christus inderdaad een mens was zoals jezelf en niet een God en niet een supermens, voor wie het pad gemakkelijk was. Het pad was niet gemakkelijk voor mij. Ik was die avond even ontmoedigd en in paniek zoals elk ander mens ooit ontmoedigd is geweest. Maar de inspiratie die je hieruit kunt halen is dat ik uiteindelijk op het punt kwam, waar ik bezit van die situatie nam. Ik besloot dat ik bereid was Gods wil te laten gebeuren en niet de lagere wil van de uiterlijke geest. En dus gaf ik mijzelf aan God over en zei:’Niettemin Vader, laat niet mijn wil maar de uwe gebeuren.’ Toch had ik mij niet aan God kunnen overgegeven, tenzij ik bezit van mijn situatie had genomen, tenzij ik bezit had genomen tot op het punt waar ik, als ik die omstandigheid voor altijd had moeten houden, er vrede mee gehad zou hebben.
En wanneer je op dat punt van volledig eigenaarschap komt, dan kun je op dat moment jezelf geheel aan God overgeven. En dan zou je inderdaad innerlijke leiding kunnen ontvangen over hoe je het karma dat je draagt eigenlijk op een andere manier kunt vereffenen dan door de beperking waar je nu mee te maken hebt. Dat zou kunnen door rozenkransen te gebruiken, door dienstbaarheid, het zou kunnen door het oplossen van je psychologische problematiek, waardoor je dit niet alleen voor jezelf oplost maar ook helpt het massabewustzijn, het collectief onbewuste van de mensheid op te lossen en het voor je broeders en zusters gemakkelijker maakt om diezelfde aandoening te overwinnen. En dus, als je eenmaal op dat punt van volledige overgave komt, dat niet uit angst of het verlangen die situatie te ontlopen voortkomt, maar uit volledige acceptatie van de situatie ontstaat, wat enkel uit liefde kan voortkomen - als je eenmaal op dat punt bent aangeland, dan maak je jezelf vrij om voor je huidige incarnatie met de wil van God, de hogere wil van je IK BEN Aanwezigheid en van je ziel, mee te gaan. En op dat moment zit je niet meer in een impasse. Je zult weer in de stroom
van leven terugzijn en je zult voelen alsof er een last van je schouders
is afgehaald. Want zelfs al blijft de ziekte bestaan, je zult je er
niet meer zo door belast voelen. Je zult vrij zijn de liefdevolle ziel
te zijn die je bent, de vervulling te voelen, namelijk de vervulling
van het dragen van die gesteldheid want je weet dat je iemand anders
de gelegenheid geeft om op te klimmen en dichter bij God te komen.
En zo ineens is er een heilige gevormd, het ontwaken van een ziel, omdat de ziel nu terug is in de levensstroom. Zij zit niet langer in een impasse, ze stroomt mee met de liefde van God, waaruit ze ontstaan is. En zo weet de ziel dat zelfs al is ze in uiterlijk opzicht niet volmaakt, zelfs al heeft ze misschien de een of andere aandoening, zij zich op de weg naar verlossing bevindt en weet dat ze thuis komt. En je weet hoe het oude paard sneller gaat lopen wanneer het de stal ruikt. En dat is hoe een ziel zich voelt wanneer ze ontwaakt is voor de aanvaarding dat zij om een positieve reden ervoor koos om hier te komen, een reden die uit liefde voortkwam. En wanneer zij zich opnieuw met die liefde verbindt, valt heel plotseling de last van de wereld van je schouders en kun je rechtop staan, ongeachte welke omstandigheden je onder ogen moet zien. En je kunt zeggen: ‘Maar deze onvolkomenheden op Aarde doen er niet toe want ik zie nu de stal, ik kom naar huis en ik zie mijn God in de deuropening staan en naast hem staat mijn oudere broer, Jezus, en mijn oudere zuster, Maria. En zij begroeten mij en zij stralen hun liefde naar mij toe, die het mij gemakkelijker maakt om de laatste stappen naar huis te zetten.’ Mijn dierbaren, denk na over deze leringen. Ga in je hart, wees bereid elke omstandigheid in je eigen psyche, in je eigen bewustzijn onder ogen te zien. Wees bereid om eigenaarschap te nemen, het in liefde aan te nemen, en het dan aan God te geven. En als God het wegneemt, wees blij. En als God het niet wegneemt, wees ook blij. Want in beide gevallen ga je naar huis als je in de stroom van liefde staat. Dit is mijn lering voor dit Pasen en ik wou dat alle mensen dit konden begrijpen en in de stroom van liefde terugkomen. Want eerlijk, wat is die stroom van liefde anders dan de ware betekenis van de opstanding. En zelfs het fysieke lichaam kan uit elke omstandigheid worden opgewekt en vernieuwd worden, met inbegrip van de toestand die mensen dood noemen. Er is niets op Aarde wat niet door de kracht van God overstegen kan worden. Maar om die kracht van God de vrije loop te laten, moet je eerst eigenaarschap nemen en dan weggeven wat niet van God is. Zo verzegel ik jullie in de liefde van mijn hart en in de naam van de Vader, de Moeder, de Heilige Geest en de eniggeboren Zoon van God dat het Christusbewustzijn is, Amen.
Terug naar: Wat
is ware genezing? Copyright © 2005 by Kim Michaels |
|