40. HOE HEEFT DE SCHEPPER HET UNIVERSUM GESCHAPEN?


noot: Dit is een fragment uit het boek, "Wat je tenminste over het leven zou moeten weten"


Omdat het Al geen gescheiden vormen heeft, is de makkelijkste manier om het je voor te stellen, het te vergelijken met een lege ruimte of een blanco bladzijde. Het Al is niet niets; het is geen ding. Zodoende is een illustratie ervan een witte ruimte wat uitdrukt dat het géén vormen heeft die bevat kunnen worden of voorgesteld kunnen worden in deze wereld.

 

 

 

 


De Schepper maakte de beslissing om een wereld te scheppen met gescheiden vormen, en als eerste daad van schepping trok de Schepper en bolvormige grens om zichzelf heen. Deze grens scheidde de Schepper af van het Al en creëerde een ruimte binnen het Al die gevuld was met het Wezen en bewustzijn van de schepper.


De Schepper trok toen zijn Wezen samen tot het in centrum van de bol waarbij hij zichzelf in een singulariteit trok. Dit maakte de rest van de bol leeg zodat het een ledige ruimte werd die afgescheiden was van het Al maar nog geen manifeste vormen in zich had. Maar aangezien de ledige ruimte minder is dan de volheid van het Wezen van de Schepper, kunnen er gescheiden vormen in worden gecreëerd


Vanuit de singulariteit projecteerde de schepper toen een deel van zijn Wezen naar buiten toe, dit gebeurde echter niet in de ongecontroleerde explosie zoals de Big Bang theorie die voorstelt. In plaats hiervan projecteerde de Schepper zichzelf als een bol rondom de singulariteit, een bol die afgescheiden was van de ledige ruimte omdat het de basissubstantie bevatte waaruit alles zou worden geschapen. Dit is wat de Bijbel licht noemt, als in "Laat er licht zijn". De wetenschap noemt het energie en dit boek noemt dit het Materlicht.


De eerste bol was niet gevuld met licht. Het bevatte in feite nog heel veel duisternis, wat niet het kwaad betekent hier maar simpelweg de afwezigheid van licht. Binnen de eerste bol creëerde de Schepper nu bepaalde vormen, bepaalde structuren die konden dienen als de basis voor leven. De Schepper projecteerde toe zelfbewuste extensies van zichzelf in de eerste bol, het eerste niveau van de vormwereld. Deze Wezens waren ontworpen om medescheppers te zijn, maar ze begonnen met een zeer beperkt identiteitsbesef en bewustzijn van zichzelf. Dit gevoel van gescheiden Wezens te zijn was alleen maar mogelijk omdat de eerste bol niet gevuld was met licht. Het gevoel van afscheiding kan alleen maar bestaan onder de dekmantel van duisternis.

In het begin werden de eerste medescheppers onderwezen door de Schepper zelf. Toen ze echter groeiden werden ze zelfvoorzienend en verkregen meesterschap over hun creatieve vermogens. Ze bereikten het meesterschap van geest over materie, wat betekende dat ze steeds kundiger werden in het medescheppen binnen hun bol. Dit had een tweeledig effect. Het ene is dat de medescheppers aanvullende structuren creëerden door voort te bouwen op de fundering door de Schepper was gelegd. De andere is dat de medescheppers meer licht - van de Scheppers onuitputtelijke voorraad - in hun bol brachten.

Zodoende bereikte de eerste bol uiteindelijk zo'n intensiteit van licht dat het niet langer mogelijk was voor enig Wezen in die bol om de illusie op te houden dat het van zijn bron was afgescheiden, van andere medescheppers of zelfs van structuren in de bol. Toen het totale licht een kritieke intensiteit bereikte, werd het voor iedereen duidelijk om te zien dat alles geschapen was uit het licht en het bewustzijn van de Schepper. Zo bereikten alle medescheppers een staat van verlichting waarin ze zichzelf rechtstreeks ervoeren als extensies van, of individualisaties van, de Schepper.

De Schepper projecteerde zichzelf nu in de ledige ruimte en creëerde een andere bol die werd afgescheiden van de rest van de ledige ruimte. Deze bol bevatte ook slechts weer een beperkte hoeveelheid licht. De medescheppers die een niveau van meesterschap hadden bereikt in de eerste bol, gebruikten nu dit meesterschap om structuren te scheppen in de tweede bol die konden dienen als een platvorm voor leven. Toen dit klaar was projecteerden de meesters van de eerste bol zelfbewuste extensies van zichzelf in de tweede bol.

Deze tweede generatie medescheppers begon ook weer met een beperkt bewustzijn van zichzelf en een identiteitgevoel als afgescheiden Wezens. Zij werden echter onderwezen door de meesters van de eerste bol, hun spirituele ouders. Aldus groeiden ook zij totdat ze het meesterschap van de eerste bol bereikten, en deze bol ook de kritische lichtintensiteit bereikte. Op een gegeven moment maakte de schepper de derde bol. Sommige van de meesters van de tweede bol(of sfeer) kozen ervoor om hun bewustzijn verder te vergroten zodat ze de eerste bol konden binnengaan. Anderen werden de meesters die structuren creëerden en daarna medescheppers in de derde sfeer.

Aldus ging het proces van leven dat leven voortbracht voort en werden er een aantal niveaus of bollen/sferen in de ledige ruimte geschapen. Een nieuwe bol werd geschapen als een schemerzone. Deze werd afgescheiden van de ledige ruimte maar bevatte nog niet zoveel licht als de hogere sferen. Als een bol/sfeer was opgestegen naar een bepaald kritiek niveau, werd het dan ook deel van het spirituele rijk. Zodoende is het materiële universum simpelweg de laatste uitbreiding van dit proces. Het werd geschapen met een beperkte lichtintensiteit, wat het mogelijk maakt voor medescheppers in deze sfeer - te weten jij en ieder ander - om het leven te beginnen met een identiteit als gescheiden Wezen. De lage intensiteit van het licht doet ook de materie er vaster uitzien en scheidt het van de meer vloeibare vormen in het spirituele rijk. Vandaar dat een nieuwe medescheppers ervan overtuigd kan zijn dat er niets buiten het materiële universum is, of dat deze wereld is afgescheiden van het spirituele rijk door een ondoordringbare barrière.

Het materiële universum is gemaakt uit hetzelfde materiaal als ieder ander deel van de vormwereld. Het materiële universum is geschapen van licht van een lagere vibratie, maar dit licht heeft het ingebouwde potentieel om opgeheven te worden naar de frequentie van het spirituele rijk, waarbij het gehele universum zal opstijgen naar een hoger niveau. Dit ascensieproces is het hele uiterlijke doel achter de schepping van het materiële universum.

Het innerlijke doel echter, het echte doel, is dat het materiële universum dient als een wetenschappelijk laboratorium voor de medescheppers die in deze wereld werden gezonden. Alleen als zij hun eigen bewustzijn laten stijgen zullen zij de open deur worden voor het brengen van meer spiritueel licht in het materiële rijk. En alleen zulk licht zal de vibratie van het materiële universum verhogen. Door op deze manier te dienen, en hun wereld verheven zien worden als resultaat van hun creatieve inspanningen, kunnen de medescheppers hun zelfbewustzijn verhogen totdat ook zij kunnen ascenderen naar het spirituele rijk. En dit is natuurlijk het echte doel achter de schepping van het materiële universum. Alles draait om de groei in zelfbewustzijn. En het eindresultaat hiervan is dat je kan groeien tot hetzelfde zelfbewustzijn als het Wezen dat de vormwereld schiep. Je bent God in wording, en je dat realiseren is geen blasfemie maar het opperste realisme.

 

Copyright © 2007 by Kim Michaels

 

The Least You Should Know About Life

Simple, straightforward and universal answers to the fundamental questions of life. The clearest overview of the spiritual path ever written and the best way to introduce other people to the spiritual side of life. If you have ever wished you had a way to introduce family and friends to what you believe, this is it.
Click here for more information.