39.
WAAR KOMT GOD VANDAAN?
noot: Dit is een fragment uit het boek, "Wat je tenminste over
het leven zou moeten weten"
Je leeft in het materiële universum, dat gemaakt is van energieën
die vibreren binnen een bepaald spectrum. Je fysieke zintuigen kunnen
slechts het laagste bereik van dit spectrum detecteren, namelijk de
materie of het fysieke universum. Je bewuste geest, je bewuste Zelf
heeft het vermogen om af te stemmen op, en het ervaren van hogere niveaus
als dat gedetecteerd kunnen worden door de zintuigen. Boven het fysieke
spectrum zit dat van de gevoelsenergieën ofwel het emotionele spectrum,
daarboven het mentale en daar weer boven het identiteitsniveau.
Als je verder gaat dan de vier niveaus van het materiële universum
bereik je het laagste niveau van het spirituele rijk. In dit tijk is
een groot aantal spirituele Wezens. Sommige van hen zijn de Wezens die
het materiële universum hebben geschapen, inclusief planeet Aarde.
Een algemene naam voor hen is Elohim, een meervoudsnaam voor God die
in het Oude Testament wordt gebruikt. Sommige van deze spirituele Wezens
zijn afgedaald in fysieke belichaming maar zijn nu weer opgestegen naar
het spirituele rijk. Als je al je karma balanceert, al je verkeerde
overtuigingen oplost door de Christusgeest aan te nemen en je originele
reden om naar de Aarde te komen vervult, kun jij ook een geascendeerd
wezen of geascendeerde meester worden.
Nadat je ascendeert wordt je een spiritueel, ofwel onsterfelijk Wezen,
wat inhoudt dat je niet meer terug hoeft te komen in belichaming op
Aarde. Je hebt dan twee opties. Je kunt ervoor kiezen om je persoonlijke
groei voort te zetten, door de verschillende niveaus van het spirituele
rijk heen, tot je het allerhoogste niveau van bewustzijn bereikt, normaal
Godsbewustzijn geheten. Jezus zei, "Jullie zijd Goden" (Johannes
10:34) omdat je het potentieel hebt om het volle Godsbewustzijn te bereiken.
Je tweede optie is om tijdelijk je eigen groei aan de kant te zetten
en dienen om hen te helpen op Aarde die nog niet zijn geascendeerd.
Je wordt dan een spirituele leraar voor niet-geascendeerde Wezens. Jezus,
Krisna en Boeddha zijn hiervan de meest bekende voorbeelden.
Als je opgaat door de niveaus van het spirituele rijk, bereik je uiteindelijk
het hoogste niveau van de vormwereld. Hier vind je de hoogst mogelijke
vibratie van het Materlicht. Als je verder gaat dan dat niveau bereik
jij je het Wezen dat de vormwereld heeft geschapen. Dit is wat de meeste
religies de hoogste God of de Schepper noemen.
De meeste religies leren dat er niets is boven de schepper. Als dat
echter waar is waar kwam de Schepper dan vandaan? In werkelijkheid is
er een niveau boven de Schepper, namelijk dat wat het Al genoemd wordt.
De reden dat dit niveau onbekend is voor de meeste mensen is dat er
geen woorden, beelden of zelfs concepten zijn in het materiële
rijk die het Al kunnen beschrijven. In feite is het, zolang je nog op
Aarde bent, niet mogelijk voor je om de bewustzijnstaat die er bestaat
in het Al te begrijpen. De reden daarvoor zal binnenkort duidelijk worden.
In het Al zijn er zelfbewuste, intelligente Wezens, maar zijn zien zichzelf
niet als gescheiden van zichzelf of van God. Ze weten dat ze God zijn,
dat ze expressies zijn van God, want in het Al wordt alles duidelijk
gezien als een expressie van God. In het Al is er nog steeds maar één
God, maar er zijn vele expressies van die Ene. De illusie dat iets of
iemand van God afgescheiden zou kunnen zijn is onmogelijk in het AL.
De Wezens in het Al kunnen geen identiteitsgevoel als gescheiden Wezens
opbouwen en hebben niets ervaren gescheiden van het Al - want niets
kan werkelijk buiten alles dat er is zijn.
De Wezens in het Al besloten dat er waarde lag in het scheppen van een
wereld waarin scheiding mogelijk was. Zodoende kon een individueel Wezen
beginnen met een zeer beperkt identiteitsbesef, als een afgescheiden
Wezen. Het zou dan kunnen groeien in zelfbewustzijn totdat dat het bewustzijn
van het Al bereikte. Dit Wezen kon dan het Al binnengaan met een besef
van hoe het is om zich afgescheiden te voelen van het Al, en daardoor
een grotere waardering te hebben voor het Al.
Het Wezen dat de vormwereld creëerde was eens een van de Wezens
in het Al. Dit Wezen bood zich aan als vrijwilliger om zichzelf tijdelijk
apart van het Al te zetten en creëerde - uit zijn eigen Wezen en
bewustzijn - een wereld die gescheiden lijkt te zijn van het Al. In
deze wereld kunnen gescheiden vormen bestaan, vormen die géén
expressies lijken te zijn van de ene God. Ook kunnen er gescheiden Wezens
bestaan, Wezens die niet bewust beseffen dat ze uitdrukkingen van de
ene God zijn.
Deze Wezens kunnen dan beginnen met een beperkt identiteitsbesef en
zelfbewustzijn waarin ze denken dat ze afgescheiden zijn van hun bron,
van elkaar en van de wereld waarin ze leven. Door geleidelijk aan naar
hogere niveaus van bewustzijn te stijgen, gaan ze uiteindelijk de eenheid
van het al het leven beseffen. Ze kunnen dan ofwel het Al binnengaan
met het volle Godsbewustzijn, of ze kunnen Scheppers worden van andere
vormwerelden. Totdat zo'n Wezen echter het niveau van Godsbewustzijn
bereikt kan het zich simpelweg het Al niet voorstellen. Het zal duidelijk
zijn dat jij een van die Wezens bent die geschapen werd met een beperkt
zelfbewustzijn, maar met een oneindig potentieel om dat zelfbewustzijn
uit te breiden. Die uitbreiding van zelfbewustzijn is het wezenlijke
doel achter de creatie van de vormwereld. Zodoende is dit het totale
doel van het leven.
Copyright
© 2007 by Kim Michaels |