14 WAAROM DE WETENSCHAP DE GEEST NIET LANGER KAN NEGEREN

noot: Dit is een fragment uit het boek, "Wat je tenminste over het leven zou moeten weten"

A
Tot zover heeft de wetenschap geprobeerd om het verband tussen de geest en materie te negeren, of zelfs te ontkennen. Dit gaat terug tot het verschijnen van de moderne wetenschap, die plaatsvond in het Europa van de middeleeuwen. In die tijd werd het intellectuele leven gedomineerd door de Katholieke Kerk die beweerde dat haar doctrines onfeilbaar waren. Een van die doctrines verklaarde dat de Aarde het centrum was van het universum, met de zon en de sterren daaromheen draaiend. Toen de eerste wetenschappers ontdekkingen deden die deze wereldvisie tegenspraken, werden ze ernstig vervolgd door de Kerk. Een wetenschapper werd op de brandstapel gezet voor zijn "ketterse" ideëen.

Deze vervolgingen zorgden ervoor dat de wetenschap zich distantiëerde van religie, en de twee instituten verdeelden het terrein tussen hen.
Wetenschappers adopteerden het standpunt dat religieus geloof plaatsvond in de geest en het verschil tussen verschillende religies - in die tijd was Europa diep verdeeld door de splitsing tussen Katholieken en Protestanten - bewees dat de geest volledig subjectief was. In plaats daarvan streefden wetenschappers ernaar om de wetenschap te ontwikkelen tot een objectieve activiteit, wat inhield dat het niet beínvloed mocht worden door de subjectiviteit van de menselijke geest.

De wetenschappelijke methode is gebaseerd op het uitvoeren van experimenten die niet beínvloed worden door enige subjectieve factoren. Aldus worden de resultaten van zulke experimenten verondersteld niet beínvloed te zijn door de meningen of overtuigingen van de wetenschappers. Als een wetenschapper een observatie doet, kijkt hij of zij naar een fenomeen dat onafhankelijk van deze wetenschapper bestaat en wat niet beínvloed wordt door de observatie.

Deze claim van objectiviteit is de hoeksteen van de materialistische wetenschap en sommige wetenschappers geloven daarin met hetzelfde fanatisme als waarmee veel religieuse mensen geloven in hun onfeilbare doctrines. Dit verklaart het waarom de meeste wetenschappers het feit negeerden dat Einstein vragen opwierp over de verdeling van de wereld in een subjectieve sfeer - die plaatsvinden in de menselijke geest - en een objectieve sfeer - dat wat buiten de geest plaatsvinden.

Dit verklaart ook waarom de meeste wetenschappers het feit genegeerd hebben dat een nieuwe wetenschap, de quantumechanica, de claim dat wetenschappelijke observaties niet beínvloed worden door de geest van de wetenschapper, compleet onderuitgehaald hebben. Quantumfysici namen de theorieën van Einstein als uitgangspunt en ontwikkelden een nieuwe wetenschap over de wereld van de subatomische deeltjes. Ze deden al snel ontdekkingen die zelfs Einstein moeite had te geloven, en de meest verbluffende ontdekking van de quantummechanica is dat er geen scheiding is tussen geest en materie.

Wetenschappers hebben voortdurend diepere lagen van werkelijkheid ontdekt. Als je begint op het niveau van de zintuigen, zie je ontelbare vormen en materialen. Toch zijn alle vormen die je ziet gemaakt van een gelimiteerd aantal moleculen. Er zijn vele soorten van moleculen, toch zijn ze allemaal gemaakt van slechts 108 verschillende atomen. Zelfs atomen zijn niet - zoals eerst werd gedacht - de uiteindelijke bouwstenen van de materie. Atomen zijn gemaakt van nog smallere delen, subatomische deeltjes genaamd. Eerst dachten wetenschappers dat er slechts die van dat soort deeltjes waren, namelijk protonen, neutronen en electronen. Nu hebben de quantumfysici veel meer subatomische deeltjes ontdekt en niemand weet precies hoeveel meer en nog wachten om ontdekt te worden.

Wetenschappers hebben verschillende manieren ontwikkeld om subatomische deeltjes te bestuderen, inclusief het gebruik van sommige van de grootste en meest dure wetenschappelijke instrumenten ooit gebouwd, deeltjesversnellers genaamd. In het begin dachten quantumfysici dat het bestuderen van subatomische deeltjes ongeveer hetzelfde was als de maan bestuderen. Ze bestudeerden een fenomeen en hun observatie had geen impact op het fenomeen zelf. Ze ontdekten echter al snel dat op het niveau van subatomische deeltjes, deze veronderstelling niet correct was.

Quantumfysici ontdekten - en vele experimenten hebben dit feit bewezen - dat als je een subatomisch deeltje bestudeerd, je observatie een product is van wat genoemd wordt "de gehele meettoestand." Deze situatie omvat drie elementen, namelijk de subatomische entiteit, het meetinstrument wat gebruikt wordt en de geest van de wetenschapper.
In andere woorden, het is onmogelijk om een observatie van een subatomisch deeltje te maken zonder dat je bewustzijn beínvloedt wat je ziet. De reden is dat je geen objectief fenomeen ziet dat bestond. Wanneer je de observatie doet, ben je eigenlijk het fenomeen wat je ziet aan het co-creëeren. Je brengt subatomische deeltjes in manifestatie en je bewustzijn is deel van dat proces.

Deze ontdekking was een grote schok voor de wetenschappelijke gemeenschap, toch is het grotendeels genegeerd. Of het is "ingesloten" door te zeggen dat dit fenomeen alleen geldt voor subatomische deeltjes en niet voor andere takken van wetenschap. Alleen, als de menselijke geest het fundamentele niveau van materie kan beínvloeden, hoe kan iemand dan beweren dat enig andere aspect van wetenschap - of materie - buiten de beínvloeding door de menselijke geest staat?

Uiteindelijk beginnen alle wetenschappelijke theoriëen in de geest van een wetenschapper en geen enkele wetenschappelijke observatie heeft practische toepassingen totdat deze is geínterpreteerd, wat ook gebeurd in de geest van de wetenschapper. De logische conclusie is dat de wereldvisie van de wetenschappelijke gemeenschap een grote invloed kan hebben op wat wetenschappers verkiezen te onderzoeken en hoe ze hun observaties interpreteren. Kan de wetenschap zodoende claimen dat wetenschap objectief is zolang deze weigert te overwegen hoe het wetenschappelijke proces zelf beinvloed wordt door de geest. Quantummechanica heeft de bewering dat de wetenschap de geest kan negeren en toch kan claimen opjectief te zijn onderuitgehaald.

Wat betekenen de bevindingen van de quantummechanica voor jou speurtocht naar de antwoorden op de fundamentele levensvragen om je levenservaring te verbeteren? Om te beginnen betekent het dat de wetenschap nu bewezen heeft dat de geest een van de hoofdspelers is in het drama dat leven heet. Dus, als je werkelijk je leven wilt verbeteren, zul je moeten begrijpen hoe je geest werkt en hoe die inwerkt op de materiële wereld. Besef dat het niveau van subatomische deeltjes het meest fundamentele niveau is van het materiële universum, wat inhoudt dat alle materie gemaakt is van subatomische deeltjes. De ontdekkingen van de quantummechanica roepen de vraag op of welke menselijke activiteit dan ook - wetenschap inclusief - onbeinvloed blijft door de geest. Als het bewustzijn een wisselwerking kan hebben met het meest fundamentele niveau van materie, wat zou dan het bewustzijn verhinderen om ëlk aspect van het materiële universum te beínvloeden, inclusief de meer groffe niveau's die we kunnen waarnemen met de fysieke zintuigen? Mischien vormen subatomische deeltjes eigenlijk een spiegel die op jou - wat voor condities je er ook maar op projecteert - terugreflecteren. Dit idee zal binnenkort in meer detail worden uitgezocht.

Back to top

Copyright © 2007 by Kim Michaels