13 HEEFT DE WETENSCHAP DE DEUR GEOPEND NAAR EEN NIEUWE WERELDVISIE?

noot: Dit is een fragment uit het boek, "Wat je tenminste over het leven zou moeten weten"

Als je de geschiedenis beschouwd van hoe mensen kennis vergaren, zie je dat geen ander gedachtensysteem zich zo snel heeft uitgebreid als de wetenschap. Nieuwe theoriën en nieuwe types van instrumenten worden constant ontwikkeld. Wetenschappers kunnen nu subatomische deeltjes detecteren en kosmische stralen van vergelegen sterrenstelsels waarvan vorige generaties wetenschappers niet wisten dat ze bestonden. Deze snelle vooruitgang is een duidelijke indicatie dat het onverstandig is om afperkingen te bepalen voor wat er door wetenschap geweten kan worden. Noch is het wijs om te zeggen dat wat op dit moment niet wetenschappelijk bewezen kan worden mogelijkerwijs niet kan bestaan. Wie kan zeggen wat er morgen voor bekwaamheden ontdekt zouden kunnen worden.

Wetenschappelijke kennis is zo snel aan het groeien dat de meeste wetenschappers, laat staan niet-wetenschappers, het moeilijk vinden om alles bij te benen. In feite, de meeste wetenschappers zijn specialisten geworden en focussen zich op een smal gebied. Weinigen hebben tijd om het grote plaatje te beschouwen, laat staan de filosofische consequenties van de laatste wetenschappelijke ontdekkingen. Dit verklaard waarom de meeste mensen (zelfs de westerse samenleving in het geheel) geen nieuwe wereldvisie ontwikkeld hebben gebaseerd op de laatste ontdekkingen van de wetenschap. Gelukkig hoeft iemand geen filosoof of wetenschapper te zijn om dit proces te kunnen starten.

In de late 18e eeuw dachten de meeste natuurkundigen dat hun wereldvisie compleet was, met slechts nog een paar kleine details om te verklaren achtergebleven. Echter in 1905 vernietigde Albert Einstein dit geloof met zijn beroemde vergelijking E = mc2. De oude wereldvisie was gebaseerd op Newton's wetten, en de relativiteitstheorie toonde niet aan dat deze wetten verkeerd waren. In plaats daarvan bewees het dat er een dieper niveau van realiteit bestond het niveau waarin de wetten van Newton gelden. Daardoor werd bewezen dat de wereldvisie die gebaseerd was op de wetten van Newton onvolledig was. Een nieuwe wereldvisie moest ontwikkeld worden, maar ongelukkigerwijs zijn de filosofische implicaties van deze nieuwe visie niet doorgesijpeld tot de mensen hun dagelijkse overtuigingen.

Vóór Einstein, hadden de wetenschappers een dualistische visie op de wereld. Ze dachten dat het materiele universum gemaakt was van twee elementen, namelijk vaste materie en vibrerende energie. Er was een rijk van materie (stof) en dat was gescheiden van het energierijk. Met een pennestreek verguisde Einstein deze visie. Hij bewees dat de wereld niet dualistisch is, maar gemaakt is van slechts één substantie. Zogenaamde vaste stof is simpelweg vibrerende energie die vastgezet is in een matrix of veld die het vast doet voorkomen voor de zintuigen en voor de meeste wetenschappelijke instrumenten.

De meeste mensen weten dat door het atoom te splitsen, vaste stof omgezet kan worden in energie. Alleen wat meeste mensen niet ingebouwd hebben in hun wereldvisie is dat vaste stof is gemaakt van vibrerende energie. de onder het niveau van materie die zichtbaar is voor je fysieke zintuigen is een dieper niveau van realiteit. Materie verschijnt niet uit het niets. De schepping van materie begint in een onzichtbaar rijk waar alleen vibrerende energie voorkomt. Deze vibrerende, of trillende, energie smelt dan samen in wat mensen vaste stof noemen.

De wetenschap heeft wetten ontdekt die alleen werken in het rijk van de materie. Echter hebben ze ook wetten ontdekt die gelden in het rijk van energie. En omdat materie gemaakt is van energie, hebben deze wetten ook een effect op de materie. De eigenschappen en het gedrag van materie zijn gedefiniëerd binnen de structuur van de diepliggender wetten van de energie. Dit gelijkt op wetten in de samenleving. Een land heeft bijvoorbeeld wetten die alleen over het verkeer gaan, maar deze bestaan binnen de grotere structuur van de wetten van het land.

Wat zou dit mogelijkerwijs van doen hebben met je potentieel om je levenservaring te verbeteren? Volgens de oude wereldvisie, was er een ondoordringbare barriere tussen het rijk van de materie en het rijk van energie. Je uiterlijke omstandigheden zijn duidelijk in het rijk van materie en je innerlijke omstandigheden, je gedachten en gevoelens, zijn duidelijk in het rijk van energie. Als er een ondoordringbare barriere tussen deze twee rijken was, zou er geen mogelijkheid voor je zijn om je uiterlijke omstandigheden teverbeteren door je innerlijke omstandigheden te verbeteren. Er zou geen verband zijn tussen geest en materie en daardoor geen potentieel om je leven te beheersen door je geest te beheeersen.

Het is duidelijk dat veel mensen - inclusief veel wetenschappers - nog steeds blijven vasthouden aan de dualistische wereldvisie, en enig verband tussen de geest en de materie ontkennen. Sinds Einstein echter zijn theoriën publiceerde is deze ontekenning niet wetenschappelijk rechtmatig geweest. Einsteins eenvoudige vergelijking haalde de barriëre tussen materie en energie neer en daardoor ook de barriëre tussen materie en geest. Einstein maakte het theoretisch mogelijk dat er een connectie is tussen de geest en materie.

Hij bewees ook dat het energierijk een meer fundamenteel niveau is dan het rijk van de materie. Daarom zijn de wetten die werken in het energierijk krachtiger, en kunnen dus de wetten die werken in het rijk van de materie potentieel teniet doen. Dit schept de mogelijkheid, dat als jij kan leren hoe de wetten van energie te gebruiken, je geest mogelijkerwijs je omstandigheden in de materiële wereld kan beinvloeden. Op het eerste gezicht mag dit mischien vergezocht klinken maar, zoals we zullen zien, de wetenschap heeft ontdekkingen gedaan die deze bewering ondersteunen.

Back to top

Copyright © 2007 by Kim Michaels